0

publicatie: Fijnstof in de buitenlucht en maatregelen ter bescherming van het binnenmilieu

1 Inleiding

1 Inleiding

Fijnstof is een vorm van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Fijnstof is een complex mengsel van deeltjes van verschillende grootte en chemische samenstellingen. Een veel gebruikte afkorting voor fijnstof is PM. PM staat voor de Engelse term Particulate Matter. Afhankelijk van de doorsnede van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM10 voor deeltjes met een doorsnee tot 10 micrometer (= 0,01 mm) of van PM2,5 voor deeltjes met een doorsnede tot 2,5 micrometer (=0,0025 mm).
Fijnstof is in chemisch opzicht geen eenduidig en eenvoudig begrip. Belangrijke bestanddelen zijn bodemstof, zeezout en van antropogene - dat wil zeggen door menselijk handelen veroorzaakte - emissies afkomstige bestanddelen. Bij het laatste gaat het om stoffen uit directe emissies (de zogenaamde primaire emissies) en om stoffen die in de atmosfeer zijn ontstaan uit onder andere zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3), het zogenaamde secundair aerosol. Daarnaast kunnen in geringere mate nog andere bestanddelen aanwezig zijn die gezondheidsrelevant zijn. Binnen fijnstof kan nog een verder onderscheid naar grootte worden gemaakt. De fractie PM2,5 bevat de fijne en ultrafijne deeltjes. Dit zijn vooral de deeltjes die ontstaan door condensatie van verbrandingsproducten of door reactie van gasvormige luchtverontreiniging. De fractie groter dan PM2,5, aangeduid met PM2,5-10, bestaat vooral uit mechanisch gevormde deeltjes. Antropogene bijdragen hieraan zijn voor namelijk afkomstig van opwaaiend verkeer gerelateerd stof, zoals stof door bandenslijtage en van stofemissies uit stallen.
De samenstellende deeltjes van fijnstof hebben, afhankelijk van de grootte, een atmosferische verblijftijd in de orde van dagen tot weken. Daardoor kan fijnstof zich over afstanden van duizenden kilometers verplaatsen en is fijnstof een probleem op continentale schaal.

De Europese Unie heeft in 1999 twee luchtkwaliteitsnormen voor fijnstof vastgesteld: een grenswaarde voor jaargemiddelde en een grenswaarde voor daggemiddelde fijnstof concentraties [1]. Internationaal geaccepteerde inzichten over de gezondheidseffecten van fijnstof zijn in deze regelgeving vervat (WHO, 2000). De grenswaarden gelden Europa breed en zijn sinds 2001 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. De toetsing of voldaan wordt aan de grenswaarden, gebeurt onder andere aan de hand van metingen van de fijnstof concentraties door het RIVM. Deze metingen vinden plaats op een door de Europese Unie voorgeschreven wijze. Uit de metingen blijkt dat, hoewel er de laatste jaren een verbetering is opgetreden, in Nederland in de laatste jaren er slechts een zeer beperkte overschrijding van de grenswaarde voor jaargemiddelde fijnstof concentraties plaatsvindt. De grenswaarde voor daggemiddelde concentraties wordt op beperkte schaal overschreden.

Het overgrote deel van de fijnstof concentraties kan niet beïnvloed worden door het Nederlandse beleid. Het fijnstof probleem is daarom weerbarstig en voor Nederland alleen vrijwel onoplosbaar. Dichtbevolkte landen en regio's zoals Nederland, worden geconfronteerd met de gevolgen van uniforme luchtkwaliteitsnormen om de burger ten minste een minimumniveau van gezondheidsbescherming te garanderen. Dit leidt ten opzichte van het buitenland tot een extra kostenstijging voor de Nederlandse samenleving door beperkingen in de ruimtelijke ontwikkeling of door de noodzaak tot aanvullende beleidsmaatregelen.

Teneinde de invloed van het buitenmilieu op het binnenmilieu te beperken en/of de installaties te beschermen wordt filtering toegepast. Afhankelijk van de toepassing moet de buitenlucht meer of minder gefilterd worden. Verderop in dit cahier wordt ingegaan op de verschillende filterklassen, het selecteren van filters en hoe filters te onderhouden zodat een gezond binnenmilieu ontstaat en gehandhaafd blijft.