0

publicatie: Folieconstructies

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Algemeen

1.1 Algemeen

In augustus 1998 verscheen de eerste uitgave van het Handboek folieconstructies. Voor u ligt een volledig herziene versie van dit Handboek. In de afgelopen 10 jaar bleek het handboek een waardevolle leidraad voor het ontwerpen en uitvoeren van folieconstructies. Echter, de tijd heeft niet stil gestaan. Nieuwe inzichten, materialen en uitvoeringsmethoden maakten een herziening nodig. De tussentijds verschenen Europese voorschriften zijn daarbij niet vergeten. Tevens is in dit handboek daar waar mogelijk aansluiting gezocht bij de "Protocollen voor het toepassen van kunststof geomembranen ten behoeve van bodembescherming, deel 11, aanleg en acceptatie (Herziening 1999)11[1.1].

Kunststoffolies worden in de GWW-sector gebruikt voor vele doeleinden, onder andere voor afdichting, bodembescherming en grondwaterstandbeheersing. Van deze typisch Nederlandse bouwmethode kan de volgende definitie worden vermeld:

"Een folieconstructie is een kunstwerk, of een onderdeel daarvan, waarbij in een ontgraving door middel van een folie een kunstmatige bodemafsluiting wordt gerealiseerd. De hierin toegepaste folie is een dun, membraanvormig vloeistofdicht constructie-element."

Fig. 1.1 Dwarsdoorsnede over een tolieconstructie

In dit handboek wordt ingegaan op folieconstructies voor de verdiepte aanleg van infrastructuur. De folie kan hierbij zowel in "den natte" als in IIden drogell worden aangebracht. De toepassing van kunststoffolie biedt niet alleen in technisch opzicht maar ook in financieel opzicht grote mogelijkheden. Het is een goed en voordelig alternatief materiaal gebleken voor toepassing in een verdiepte ligging van een weg- of railconstructie beneden de grondwaterstand. De techniek van het maken van folieconstructies en alle aspecten die daarmee samenhangen zijn in de volgende hoofdstukken beschreven volgens de "state of the are.

1.2 Leeswijzer

1.2 Leeswijzer

Op welke gronden gekozen kan worden voor een folieconstructie en welke andere mogelijke toepassingen er zijn, is in een kort overzicht aangegeven in hoofdstuk 2. Ook is aangegeven welke ervaring met folieconstructies is opgebouwd.

In hoofdstuk 3 komen de voor folies meest toegepaste materialen, alsmede hun eigenschappen, de eisen en de keuringen waaraan voldaan moet worden aan de orde. Na korte inleidingen over de polymeren, het basismateriaal van de kunststoffen, de belangrijkste kunststoffolies en de foliefabricage wordt uitgebreid stil gestaan bij de materiaaleigenschappen. De techniek van het lassen wordt eveneens besproken. Het hoofdstuk sluit af met een algemeen overzicht van de eisen en keuringen die voor de belangrijkste kunststoffolies van toepassing zijn.

De verschillende ontwerpaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 4. De technische beschrijving en de geometrie van folieconstructies zijn daarin opgenomen. In een risicoanalyse is ingegaan op de kwetsbare onderdelen in een dergelijke constructie. Vervolgens is ingegaan op de grondmechanische berekeningsmethoden voor het ontwerp en op de dimensionering van aansluitconstructies. Daarna komen enige aspecten van de drainage en hemelwaterafvoer aan de orde, die vanzelfsprekend bij verdiepte liggingen van constructies nodig zijn.
Bestekteksten die van nut kunnen zijn bij de voorbereiding van werken, zijn herzien naar de laatste stand der techniek en in een bijlage van dit handboek opgenomen.

Aangezien er verschillende mogelijkheden zijn voor de uitvoering van folieconstructies en omdat de folies bij de aanleg met zorg moeten worden behandeld, wordt aan de beschrijving van de uitvoering, veel aandacht besteed in hoofdstuk 5. Dit betreft niet alleen het samenstellen en aanbrengen van de folie op het werk, maar ook het grondwerk bij de voorbereiding en de aanvulling. De belangrijkste functie van de folie, namelijk die van waterdichte laag, dient voortdurend in het oog te worden gehouden. Dit telt het zwaarst in de fase van de uitvoering. Ter verduidelijking is een aantal omschrijvingen opgenomen van projecten van recente datum.

Kwaliteitscontrole en inspectie van folieconstructies komen aan de orde in hoofdstuk 6. Controles en inspecties tijdens de bouw (productie van folie, levering, samenstelling uit productie-banen, oplevering) worden uitgebreid behandeld.

Hoofdstuk 7 gaat in op mogelijke oorzaken van lekkage en de detectie daarvan. Tevens geeft het een overzicht van toepasbare meetmethoden. Na een inleiding over de meetstrategie voor de lekdetectie worden meer en minder gebruikelijke meetmethoden met hun voor- en nadelen besproken.

Met het beheer en onderhoud van folieconstructies is de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan. Vandaar dat in hoofdstuk 8 een methodiek wordt beschreven om tot een goede opzet van beheer en onderhoud van dit type kunstwerken te komen.

In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de mogelijkheden tot het herstellen van beschadigingen aan folieconstructies die zijn ontstaan nadat het werk is opgeleverd c.q. nadat het werk dusdanig ver gevorderd is dat niet meer op eenvoudige wijze de folie hersteld of vervangen kan worden.

Voor de verklaring van veel toegepaste geotechnische begrippen wordt verwezen naar de verklarende woordenlijst die is opgenomen in de uitgave nConstrueren met Grandll van de CUR [1.2].

1.3 Aanpassingen ten opzichte van de vorige uitgave van dit handboek

1.3 Aanpassingen ten opzichte van de vorige uitgave van dit handboek

Het up-to-date maken van het Handboek Folieconstructies omvat vooral aanpassingen in de technische hoofdstukken. Hieronder treft u een korte samenvatting, per hoofdstuk, op hoofdlijnen. Opgemerkt moet worden dat de hoofdstukken 3 en 4 zijn omgewisseld en dat het oude hoofdstuk 6 is opgesplitst in twee hoofdstukken 'Inspectie en kwaliteitscontrole' enerzijds', en 'Lekdetectie' anderzijds.

Het hoofdstuk Materialen (3) is geactualiseerd op het gebied van toe te passen materialen en beperkt zich tot de meest geschikte materialen. Voor de verbindingstechniek tussen de foliedelen geldt hetzelfde. Voorts zijn de eisen en keuringen aangepast aan de geldende (Europese) voorschriften.

Het hoofdstuk Ontwerp (4) is grondig herzien op de aspecten onzekerheid van (extreme) grondwaterstanden, klemconstructies, berekening van het verticale evenwicht, nieuwe krommen van extreme neerslag waarbij rekening is gehouden met naar huidige inzichten hogere toekomstige regenintensiteiten en tot slot meer aandacht voor het bepalen van de benodigde capaciteit van kelders, rioleringssystemen en drainagesystemen.

In het hoofdstuk Uitvoering (5) is een aantal recent uitgevoerde projecten uitgebreid beschreven. Door de jaren heen zijn er nieuwe inzichten ontstaan en zijn op het gebied van het aanbrengen van kunststoffolieconstructies met name "in den natte" andere vernieuwende aanlegmethodes ontwikkeld.

In het hoofdstuk Inspectie en kwaliteitscontrole (6) wordt nader ingegaan op het gehele proces van kwaliteitscontrole tijdens de productie van de folie, de bouwfase en de oplevering van een project.

In het hoofdstuk Lekdetectie (7) zijn de teksten met betrekking tot de toepassing van lekdetectietechnieken geactualiseerd en zijn de spontane potentiaaltechnieken opgenomen. Er is bewust slechts globale aandacht besteed aan permanente meetopstellingen. Zij worden tot dusver in de civiele techniek niet toegepast.

In het hoofdstuk Beheer en Onderhoud (8) zijn de beheersaspecten geactualiseerd. Onderhoud als beheersmaatregel speelt slechts een geringe rol, behoudens het noodzakelijk onderhoud aan het drainagesysteem. Calamiteitenbeheersing is daarentegen uitermate belangrijk.

In het hoofdstuk Herstel (9) wordt ingegaan op hersteltechnieken na oplevering. Na oplevering van de folieconstructie is het herstellen niet eenvoudig, met name waar het afgezonken constructies betreft. Nieuwe technieken worden beschreven.

In de bijlage van dit handboek is een aangepaste versie van RAW-teksten opgenomen.

1.4 Literatuur hoofdstuk 1

1.4 Literatuur hoofdstuk 1

[1.1] Protocollen voor het toepassen van kunststof geomembranen ten behoeve van bodembescherming (herziening 1999), delen I en 11, PBV, NIL, NGO, 1999.
[1.2] CUR-uitgave 162, Construeren met grand, CUR, Gouda, 1992, ISBN 90 376 0024 7.