0

publicatie: Handboek Funderingsherstel

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Algemeen

In de komende decennia zal in Nederland bij vele panden de fundering moeten worden hersteld, zie het Manifest voor funderingsherstel [1]. Reden is dat deze panden op houten palen zijn gefundeerd, waarbij sprake is van matige tot ernstige aantasting als gevolg van droogstand en/of bacteriële aantasting en/of onvoldoende draagkracht als gevolg van overmatige negatieve kleef. Aanvankelijk werd gedacht dat het om 200.000 woningen ging, inmiddels is duidelijk dat er ongeveer 250.000 woningen met funderingsproblemen zijn. Als geen afdoende maatregelen worden genomen zal dit aantal de komende decennia minstens verdubbelen.

Daarnaast zal ook bij ondiep gefundeerde panden (de op staal gefundeerde woningen) in veen- en kleigebieden funderingsversterking nodig zijn vanwege onvoldoende draagkrachtige bodemlagen, uitspoeling en lekkage, grondontspanning door bouwwerkzaamheden en/of verlaging van de grondwaterstand door bemaling of droge zomers. Een schatting is dat het gaat om tussen de 200.000 en 300.000 woningen. Minimaal de helft zal voorzien moeten worden van een nieuwe paalfundering of worden afgeschreven. Voor de overige woningen zijn herstelmaatregelen in de vorm van ondergrondverbetering (bodeminjectie) mogelijk.

Dit betekent dat in totaal minstens 400.000 gezinnen geconfronteerd zullen worden met de financiële gevolgen van de funderingsproblematiek. Dit betekent ook dat meer dan 5% van de totale woningvoorraad funderingsproblemen heeft of krijgt. Daar komt bij dat sinds 2003 steeds vaker warmere zomers voorkomen waardoor meer grondwaterverdamping ontstaat. Bij houten palen komt hierdoor in veel gevallen gedurende de zomer het funderingshout droog of langer droog te staan, met als gevolg een versnelling van de schimmelaantasting en daarmee het aantal panden met funderingsproblemen. Bij funderingen op staal kan verzakking ontstaan door inklinking van grondlagen.

Een eenduidige beoordelingssystematiek voor het onderzoek naar en het vaststellen van de kwaliteit van funderingen is inmiddels ontwikkeld, zie de CUR/SBR/F3O Richtlijn - Onderzoek en beoordeling van houten paalfunderingen onder gebouwen [2] en de CUR/SBR/F3O Richtlijn -Onderzoek en beoordeling van funderingen op staal (ondiepe funderingen) [3]. In vervolg hierop is de voor u liggende richtlijn ontwikkeld voor de fase na het onderzoek, namelijk het daadwerkelijk herstel van de fundering. Alle daarbij van belang zijnde aspecten komen in deze richtlijn aan de orde. Nadrukkelijk gaat het hierbij niet alleen om de technische aspecten en mogelijkheden maar ook om de emotionele, organisatorische, juridische en verzekeringstechnische aspecten.

Om te komen tot een breed gedragen en algemeen geaccepteerde richtlijn voor funderingsherstel is een commissie samengesteld waarin alle betrokken partijen ruim vertegenwoordigd waren.

Dit CUR/SBR-handboek is bedoeld voor het funderingsherstel van panden waarvan de fundering onvoldoende draagkracht heeft. De doelgroep van de richtlijn bestaat uit opdrachtgevers en opdrachtnemers. Tot de opdrachtgevers behoren naast professionele instanties, zoals woningbouwverenigingen, projectontwikkelaars en verenigingen van eigenaren, ook individuele huizenbezitters (particulieren). Tot de opdrachtnemers behoren de aannemers, die het funderingsherstel daadwerkelijk uitvoeren, en de advies- en ingenieursbureaus, die het funderingsherstel voorbereiden en begeleiden. Daarnaast is de richtlijn van belang voor diverse toetsende en vergunning afgevende instanties, waaronder gemeenten en waterschappen.

1.2 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt de technische aspecten die te maken hebben met de omvang van het funderingsherstel. Dit speelt met name indien binnen een bouwkundige eenheid zowel panden met veel schade als panden met nagenoeg geen of weinig schade voorkomen. De eerste paragraaf van hoofdstuk 2 geeft een beknopte samenvatting van het resultaat van het funderingsonderzoek.

In hoofdstuk 3 komen alle aspecten van het funderingsherstel aan de orde. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van het verloop van het gehele herstelproces. Hierin wordt uit de doeken gedaan wat er allemaal bij komt kijken en hoe lang het hele proces kan duren. Dit wordt ook wel het emotionele proces voor de bewoner/eigenaar van het pand genoemd. Daarna volgen per concreet onderwerp aandachtspunten en richtlijnen. Dit betreft het hele traject van de voorbereiding tot de daadwerkelijke uitvoering. Aan de orde komen onder meer het vastleggen van de bestaande situatie, de juridische en verzekeringstechnische aspecten, de specifieke mogelijkheden van de verschillende herstelmethoden, de begeleiding en directievoering, het financieringsplan, het uitvoeringscontract en de benodigde vergunningen. Ook wordt kort ingegaan op eventuele aanvullende wensen van de eigenaren van de panden nu er omvangrijke bouwkundige werkzaamheden in uitvoering zijn. Hierbij valt te denken aan het aanbrengen van een kelder, cascoherstel en het isoleren van het pand.

De ontwerpberekening komt aan de orde in hoofdstuk 4, waarbij vooral veel aandacht wordt besteed aan de sterkte en de toetsing van het bestaande metsel- en betonwerk.

Hoofdstukken 5 en 6 gaan in op de herstelmethoden bij een fundering op palen respectievelijk een fundering op staal. De paragrafen zijn zoveel mogelijk volgens een vaste indeling opgesteld zodat onderlinge vergelijking goed mogelijk is.

Hoofdstuk 7 behandelt een preventieve maatregel bij een fundering op houten palen, namelijk het opzetten van de grondwaterstand.

Ten slotte wordt in de bijlagen achtergrondinformatie gegeven over:

  • monitoring bij funderingsherstel;
  • de krachtsverdeling in het bestaande metselwerk;
  • de offerte van de aannemer;
  • het bepalen van de funderingshersteleenheid;
  • de aansprakelijkheidstelling;
  • publiekrechtelijke aspecten van funderingsherstel.