0

publicatie: Handboek Houtskeletbouw

1 Doelstelling, wijzigingen, leeswijzer en samenvatting

1 Doelstelling, wijzigingen, leeswijzer en samenvatting

Industrieel, flexibel, demontabel. 4e Gymnasium Amsterdam, Fotografie John Lewis Marshall.

1.1 Doelstelling

Deze publicatie bevat alle technische kennis en informatie om woningen en gebouwen verantwoord in houtskeletbouw (hsb) uit te voeren. In het boek vindt men theoretische achtergronden, heldere toelichtingen, praktische aanwijzingen, ontwerptabellen en rekenvoorbeelden die het ontwerpen en realiseren van houtskeletbouw vereenvoudigen. De informatie is bedoeld voor alle technici die betrokken zijn bij het ontwerp- en bouwproces.
Het Handboek Houtskeletbouw is een nuttig hulpmiddel zowel voor wie tot nu toe geen enkele ervaring heeft met het bouwen in houtskeletbouw als voor de specialisten op dat gebied.
In de serie SBR-Referentiedetails Woningbouw is tevens het deel Houtskeletbouw verschenen. Hierin vindt men uitgewerkte voorbeelddetails van woningen en woongebouwen, met de bouwfysische prestaties en praktische ontwerp- en uitvoeringsaanbevelingen. Deze voorbeelddetails voldoen ten minste aan de vigerende Bouwbesluit-eisen.

1.2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige druk

Zoals in het voorwoord al is aangegeven, is er bij de herziening van deze publicatie ingespeeld op de nieuwste ontwikkelingen, aanpassing aan de laatste inzichten in de bouwregelgeving en afstemming op de Eurocodes.

In de beschrijving van de platformmethode (hoofdstuk 2) is er aandacht besteed aan andere bouwmethoden, afwijkend van de platformmethode.
In het hoofdstuk 3 Prefabricage en montage is er meer aandacht voor geautomatiseerde processen, maakbaarheid/ monteerbaarheid, serie-effecten, invloed van gesloten elementen, hechttechnieken en luchtdichtheid.
Nieuw in het hoofdstuk 4 Ontwerprichtlijnen is het onderwerp Passief Bouwen. Verder wordt er dieper ingegaan op het integreren van het leidingverloop in het ontwerp. De installatieconcepten zijn geactualiseerd.
De gegevens van de materialen (hoofdstuk 5) zijn geactualiseerd naar de meest recente kennis, inzichten, productinformatie en (Europese) normering.
Het hoofdstuk 6 Constructieve aspecten is geheel herschreven. Dit geldt voor de tekst en voor de ontwerptabellen. Het hoofdstuk is nu volledig gebaseerd op de Eurocodes, zowel wat betreft de belastingen als de berekening van de houten constructie-onderdelen en verbindingen. De berekening van de stabiliteit gebeurt geheel volgens de nieuwe regels uit Eurocode 5. Daarbij is er meer aandacht voor het verankeren van de stabiliteitswanden. Ook is er meer aandacht voor de berekening van onderslagen, lateien, extra stijlen en regels in wandelementen en de verankering van balustrades. Naast de gewone balkenvloer komen er andere vloeropbouwen aan de orde, zoals vloeren met I-liggers, de massief houten vloeren, de hoge-balkenvloer en de holle plaatvloeren. Bij de ontwerptabellen is de opbouw van de vloeren en van de daken aangepast aan de huidig bouwpraktijk.
In hoofdstuk 7 Warmte en vocht is in de tabellen een verschuiving doorgevoerd naar hogere Rc-waarden. Verder is het hoofdstuk aangepast aan de nieuwste versie van de betreffende normen. Dit geldt ook voor de geluidsisolatie (hoofdstuk 8). Aan de oude eengetalsaanduidingen zijn de nieuwe eengetalsaanduidingen toegevoegd.
Hoofdstuk 9 Brandveiligheid is ook aangepast aan de eisen uit het nieuwe Bouwbesluit. Met betrekking tot sterkte bij brand is daarbij het begrip hoofddraagconstructie (onder brandomstandigheden) vervangen door de nieuwe omschrijvingen uit dat Bouwbesluit. De brandklassen zijn aangepast aan de Europese regelgeving.
In het hoofdstuk 10 Aansluitdetails zijn nu 45 aansluitdetails opgenomen, die zijn ontleend aan de meest recente versie van het deel Houtskeletbouw van de SBR-Referentiedetails Woningbouw. Deze 45 details zijn bedoeld als een beperkt aantal meer algemene voorbeelden. Voor de uitwerking hiervan kan men gebruik maken van de referentiedetails.

1.3 Leeswijzer

De verschillende hoofdstukken hebben in grote lijnen dezelfde opbouw:

  • het specifieke van houtskeletbouw, betrokken op het onderwerp van het hoofdstuk;
  • Bouwbesluit-eisen en in de praktijk gebruikelijke oplossingen, met daarbij de prestaties en ontwerptabellen;
  • theoretische aspecten, berekenings- en bepalingsmethoden en rekenvoorbeelden;
  • alternatieven, bijzondere situaties en toekomstige ontwikkelingen.

De gebruikelijke oplossingen met hun prestaties vormen daarbij de kern van ieder hoofdstuk. Ze zijn gebaseerd op jarenlange praktijkervaringen en een veelheid van onderzoeksresultaten, (praktijk)metingen en berekeningen.
Een bijlage met Aansluitdetails (hoofdstuk 10) sluit het boek af.

1.4 Samenvatting Handboek

Hoofdstuk 2 Beschrijving platformmethode geeft, samen met hoofdstuk 10 Aansluitdetails, een compleet beeld van de in Nederland meest gebruikte houtskeletbouwmethode. Het beantwoordt vragen, zoals:

  • Wat moet ik me bij houtskeletbouw voorstellen?
  • Hoe is de totale opbouw?
  • Hoe is de opbouw per bouwdeel?
  • Hoe is de opbouw per aansluiting?
  • Welke onderdelen tref ik aan in een houtskeletbouwwoning/ -gebouw?

Het hoofdstuk bevat geen criteria en achtergronden, die tot mogelijke keuzes leiden voor een bepaalde opbouw, constructie, aansluiting, materialen, bouwvolgorde, mate van prefabricage enzovoorts. Deze zijn opgenomen in de hoofdstukken 3 t/m 9. Hoofdstuk 2 geeft dus het hoe aan, niet het waarom.

In hoofdstuk 3 Prefabricage en montage komen enkele belangrijke, met de platformmethode samenhangende, aspecten van het productie- en bouwproces ter sprake. Een gedetailleerde beschrijving van een bepaalde wijze van produceren en uitvoeren blijft achterwege, omdat ieder bouwplan steeds z'n eigen uitgangspunten daarvoor heeft, zoals marktgegevens, grondgesteldheid, locatie, aanvoermogelijkheden, bouwtijd, productiewijze van de timmerfabriek, uitvoeringstechniek van het bouwbedrijf en dergelijke. Dit hoofdstuk schetst een algemeen beeld van het bouwproces, de prefabricage en de uitvoering zoals deze in Nederland gebruikelijk zijn.

Hoofdstuk 4 Ontwerprichtlijnen omvat richtlijnen voor een optimaal ontwerp. Aan de orde komen onder meer:

  • houtskeletbouw van meet af aan in de planvorming meenemen (niet een gietbouwontwerp vertalen in hsb);
  • de invloed van de draagrichting van vloeren, de situering van de dragende wanden, de plaats van het trapgat enzovoorts;
  • hoe de fundering te optimaliseren;
  • hoe galerijen, trappenhuizen en balkons in hout te maken;
  • Passief Bouwen met houtskeletbouw;
  • het integreren van het leidingverloop in het ontwerp;
  • installatieconcepten en de bijbehorende kenmerken;
  • het spelen met de diktes en de samenstelling van vloer-, wand- en dakelementen om aan de gewenste prestaties te voldoen (warmte-isolatie, geluid, brandwerendheid).

Hoofdstuk 5 Materialen behandelt de bouwmaterialen die bij houtskeletbouw worden toegepast. Het gaat daarbij vooral om de materiaalgegevens, te weten de (handels)afmetingen en de materiaaleigenschappen en -constanten.
De prestaties van een compleet bouwdeel hangen af van de eigenschappen van de gebruikte materialen. De samenstelling van een bouwdeel dient men zodanig te kiezen, dat de vereiste prestaties worden gehaald. Dat geschiedt met de voorbeelden in de hoofdstukken 6 t/m 9, in combinatie met de in dit hoofdstuk vermelde materiaalgegevens.
Elk bouwdeel bestaat uit een aantal lagen van bouwmaterialen. Voor het vaststellen van de totale diktemaat van het bouwdeel zijn dus ook gegevens nodig over de verkrijgbare diktematen van de samenstellende bouwmaterialen. Daarnaast zijn de sterkte-eigenschappen en ook het gewicht van de verschillende materialen belangrijk.

Hoofdstuk 6 Constructieve aspecten belicht constructieve principes en achtergronden, specifiek voor houtskeletbouw; verder geeft het aan hoe men het geheel en de onderdelen van een hsb-constructie moet c.q. kan dimensioneren en berekenen. Een en ander wordt toegelicht met rekenvoorbeelden en samengevat in tabellen en praktische richtlijnen. Het hoofdstuk geeft onder andere antwoord op de vragen:

  • Waarop moet ik letten bij het constructief ontwerp van een hsb-woning of -gebouw?
  • Hoe vertaal ik de algemene constructieve eisen en voorschriften in een hsb-constructie?
  • Hoe bereken ik een hsb-woning of -gebouw, zowel als geheel als in onderdelen?
  • Hoe bepaal en bereken ik de stabiliteit van een hsb-constructie?
  • Hoe houd ik bij het constructief ontwerp, zowel als geheel als in detail, rekening met de krimp van de houtconstructie?

Hoofdstuk 7 Warmte en vocht laat het specifieke van houtskeletbouw op deze aspecten zien. Door de opbouw van de hsb-elementen, met daarin isolatiematerialen en folies, en door de geringe warmteaccumulatie reageert een hsb-constructie anders dan een steenachtige. Dit specifieke gedrag van houtskeletbouw wordt belicht. Energiebesparing betekent een integrale aanpak van isolatie, ventilatie en het dichten van naden en kieren, in combinatie met een doordacht installatieconcept. De constructieopbouw en detaillering bij houtskeletbouw lenen zich zeer goed voor een optimale uitvoering van dat pakket. Bij houtskeletbouw is energiebesparing in technische zin ingebouwd.
Van de verschillende elementopbouwen worden de prestaties inzake de warmteweerstand en het vochttransport gegeven, zoals die zijn bepaald door berekeningen en beproevingen. Behandeld wordt hoe die waarden variëren door de samenstelling van de elementen te wijzigen. Hogere isolatiewaarden zijn eenvoudig te realiseren door de dikte van het element aan te passen.
Algemene beschouwingen die ook te vinden zijn in de normale bouwfysica-handboeken, ontbreken.

In hoofdstuk 8 Geluidsisolatie wordt ingegaan op het specifieke van hsb op het punt van geluidsisolatie. De geluidsprestaties zijn bij houtskeletbouw niet gebaseerd op massa zoals veelal bij steenachtige constructies, maar op akoestisch buigslappe constructies, inwendige absorptie en ontkoppeling. De algemene principes die van belang zijn voor de geluidswering bij hsb, krijgen daarbij kort bespreking.
De kern van het hoofdstuk is de behandeling van de in de praktijk gebruikelijke constructies en hun akoestische prestatie, in de vorm van voorbeelden met prestaties.

In hoofdstuk 9 Brandveiligheid staan geen uitgebreide en diepgaande verhandelingen. Het bestaat uit een korte opsomming van eisen in tabelvorm en een korte toelichting op de voor hsb-bouwwerken en -elementen relevante bepalingsmethoden (beproeven, berekenen, gelijkwaardigheid).
Het accent ligt op het geven van voorbeelden met prestaties. Daarbij gaat relatief veel aandacht uit naar de brandwerendheid van bouwdelen, constructies en aansluitingen, omdat met name dit aspect bij houtskeletbouw om een eigen aanpak vraagt.
Aangegeven wordt hoe men met afwijkende opbouwen kan omgaan (een eenvoudige en snelle rekenkundige vergelijking of een beproeving).

Zoals bij hoofdstuk 2 al is beschreven, geeft het samen met hoofdstuk 10 Aansluitdetails een compleet beeld van de in Nederland gebruikelijke houtskeletbouwmethode. De achtergronden en criteria die ten grondslag liggen aan deze details, zijn terug te vinden in de hoofdstukken 3 t/m 9. Bij deze details, welke zijn ontleend aan het deel Houtskeletbouw van de serie SBR-Referentiedetails Woningbouw, is zoveel mogelijk gestreefd naar het geven van niet specifiek bedrijfsgebonden oplossingen. De opgenomen varianten ontstaan onder andere door:

  • een buitenbekleding van houten delen (of plaatmateriaal) of metselwerk;
  • wel of geen verdiepte funderingssponning;
  • wel of geen vrijdragende begane-grondvloer;
  • wel of niet werken met een stelregel;
  • (half)open of gesloten wandelementen;
  • wel of geen vloeruitkragingen, en indien wel, de grootte daarvan;
  • vorm en afmetingen van dakoverstekken;
  • vereiste brandwerendheid;
  • invloed van de binnenoppervlakte-temperatuurfactor.