0

publicatie: Handboek vocht en ventilatie

1 Inleiding

1 Inleiding

In de Beleidsnotitie Gebouwen en Binnenmilieu van het Ministerie van VROM1 en in de meest recente Nationale Milieuverkenning wordt vocht naast verbrandingsgassen, geluidhinder, radon, zwevend stof (tabaksrook), asbest, formaldehyde en benzeen, beschouwd als een van de belangrijkste milieuproblemen in de Nederlandse woningen. Vochtproblemen worden daarbij vooral in relatie gezien met het optreden van luchtwegklachten (cara). Het ontstaan van astma, met name bij daarvoor gevoelige kinderen en ouderen, hangt, zo is uit onderzoek gebleken, samen met een vochtig binnenmilieu waarin onder meer huisstofmijten goed gedijen.

Kamerstuk 23 no 676 van 29 maart 1994 dat als brochure is uitgebracht.

Een slecht geventileerde en daardoor vochtige woning wordt in veel gevallen als de belangrijkste oorzaak van gezondheidsklachten of een onaangenaam binnenmilieu beschouwd.

Ventilatie kan bij het beheersen van het vochtaanbod een rol spelen. In hoeverre dat het geval is of redelijkerwijs kan zijn, hangt vanzelfsprekend af van de vochtbron – is het vocht van binnen dan wel van buiten afkomstig – maar ook van het tijdafhankelijke karakter van vochtbelasting.

Het overheidsbeleid in Nederland is erop gericht vochtproblemen ‘autonoom’ aan te pakken. Dit geschiedt door ‘vochtbewuste’ gedragsverandering teweeg te brengen via voorlichting aan de bewoners. Tevens door participanten in de bouw en woningbeheerders te wijzen op het belang van ventilatie, het verbeteren van bouwconstructies en het toepassen van de meest geschikte materialen en installaties.

Het gaat in het handboek Vocht en Ventilatie niet alleen om gezondheidsproblemen, maar ook om de structurele schade door vocht die momenteel in meer dan 1 miljoen Nederlandse woningen optreedt. Daarbij spelen ook de (juridische) gevolgen in de conflicten tussen huurders en verhuurders een soms zwaarwegende rol.

Uit de resultaten van de bouwtechnische inspectie in het kader van het Kwalitatieve Woningregistratieonderzoek (KWR) over de jaren 1994-1996 blijkt dat in circa 15% van de woningen in mindere of meerdere mate sprake is van vochtoverlast.

In hoeveel woningen bij de KWR over 1994-1996 zichtbare schimmelgroei optreedt is niet expliciet bekend, maar uit een eerdere bewonersenquête, in het KWR-onderzoek van 1989-1991, bleek dat in 17% van de woningen duidelijk (10%) of enigszins (7%) last werd ondervonden van schimmel. De problemen met schimmel doen zich met name voor in de doucheruimte/badkamer en in de woon-/slaapvertrekken.

1.1 Doel

De doelstelling van de publicatie is de aanwezige kennis over vocht en ventilatie te bundelen en eenvoudig toegankelijk te maken voor de betrokkenen bij het ontwerp, het bouwen en het beheer van woningen. Daarnaast is de informatie van belang voor de advisering bij vocht- en ventilatieproblemen in woningen.

1.2 Toelichting structuur en gebruik

Om de kennis over vocht en ventilatie toegankelijk te maken voor de betreffende doelgroep is primair vereist dat dit boek enerzijds in zijn opzet aansluit bij het bouwproces en anderzijds als naslagwerk in het beheer gebruikt kan worden. Dit impliceert dat de lezer aan de hand wordt genomen en geleidelijk vertrouwd wordt gemaakt met wat vocht en ventilatie betekenen voor de woning.

In hoofdstuk 2 wordt na een korte inleiding over de aard en omvang van de vochtproblematiek in Nederland ingegaan op hoe vocht zich manifesteert in onze woonomgeving en wat de oorzaken van een hoge vochtigheid kunnen zijn. Vervolgens wordt aangegeven wat dit betekent voor biologische organismen en voor materialen en constructies. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen hinder en schade. Een hoge plaatselijke vochtigheid moet te allen tijde bestudeerd worden in relatie tot luchtstromingspatronen en luchtvochtigheid. Ventilatiemogelijkheden en -strategie zijn, zoals blijkt in hoofdstuk 3, van groot belang voor het behoud van de woning en het welzijn van de bewoners.

Juist omdat bewoners last kunnen ondervinden van een (te) hoge vochtigheid of slechte ventilatie wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de effecten van een te vochtig binnenklimaat of slecht geventileerde woning op de gezondheid van de bewoners. Vooral de langetermijneffecten en ongelukkige combinaties van oorzaak en gevolg komen aan de orde. Ook wordt ingegaan op de gevoeligheid van de verschillende bewonerscategorieën voor de gevolgen van een te hoge vochtigheid.

De in hoofdstuk 4 aangedragen informatie over mogelijke gezondheidsrisico’s en de eerder aangeven effecten op materialen en constructies vormen de basis voor de regelgeving. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan hoe in onze regelgeving met de onderhavige problematiek wordt omgegaan.

In nieuwbouwsituaties zijn problemen nog te voorkomen. Dit is de reden dat hoofdstuk 6 is gewijd aan de aandacht die vocht en ventilatie moeten krijgen in de ontwerp- en uitvoeringsfase. Een complicerende factor hierbij is dat hinder of schade pas optreedt als de woning in gebruik is en oorzaak en gevolg vaak moeilijk te scheiden zijn. Daarom wordt primair volstaan met het verwijzen naar mogelijke consequenties van ontwerpbeslissingen en slechte uitvoering. Slechts ten dele kunnen deze gecompenseerd worden door specifiek bewonersgedrag. Dit legt echter weer een beslag op discipline en daarmee op het woongenot.

In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het gebruik en beheer van de woning. Wat kan een bewoner of beheerder doen wanneer vochtproblemen zich manifesteren. Moet eerst het bewonersgedrag aangepast worden of direct overgegaan worden tot ingrijpende technische of bouwkundige maatregelen?

Niet alle lezers zullen zich de moeite getroosten het gehele boek door te nemen als zij geconfronteerd worden met een vocht- en/of ventilatieprobleem. Via de gedetailleerde inhoudsopgave krijgt de gebruiker van het boek een goed overzicht van hetgeen behandeld wordt.
In hoofdstuk 8 worden begrippen en definities alfabetisch weergeven waardoor de lezer een tweede snelle ingang tot de materie heeft. Deze wordt verder ondersteund door de index waarin trefwoorden verwijzen naar de pagina’s in het boek waar het betreffende onderwerp wordt behandeld. Ten slotte beschikt het boek nog over een literatuurlijst die de geïnteresseerde gebruiker verder wijst naar relevante literatuur.

Samenhang met andere ISSO- en SBR-publicaties
ISSO- en SBR-publicaties die samenhangen met de behandelde stof in dit boek en een verbreding in de materie kunnen geven, zijn de volgende:

ISSO
Publicatie 11 Warmteterugwinning.
Publicatie 28 Gebalanceerde ventilatie in woningen. Aanbevelingen voor ontwerp en uitvoering van ventilatiesystemen met warmteterugwinning.
SBR
Publicatie 9 Eigenschappen van bouw- en isolatiematerialen.
Publicatie 151 Vochtproblemen in bestaande woningen.
Publicatie 200 Referentie details.
Publicatie 203 Naar dichtere beganegrondvloeren.
Publicatie 229 Hydrofoberen van gevels. Achtergronden, leidraad bij de keuze.
Publicatie 356 Schimmels de baas? Integrale beoordeling op gevoeligheid voor schimmels van thermische kwaliteit, binnenklimaat en afwerkmaterialen in woningen.
Publicatie 360 Luchtdicht bouwen.
Publicatie 429 Computerprogramma 'BreVent' (in ontwikkeling).
Richtlijn 4 Maatregelen in kruipruimte: thermische en hygrische afscherming: meet- en beoordelingsrichtlijn.
ISSO/SBR
Publicatie 61 Ontwerptechnische kwaliteitseisen voor ventilatiesystemen woningbouw.
Publicatie 108 Praktijkboek Gezonde gebouwen, met daarin opgenomen het 'Keuzedocument Gezonde woningen en woongebouwen'.
Publicatie 804 Energie-efficiënt ventileren.