0

publicatie: Luchtdicht bouwen

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Algemeen

Luchtdicht bouwen of het beperken van luchtdoorlatendheid zijn in principe dezelfde begrippen. Het gaat erom de openingen in de 'schil' van het gebouw te minimaliseren.

Er zijn allerlei redenen om luchtdicht te bouwen. De belangrijkste zijn energiebesparing, verbeteren van comfort, voorkomen van vochtproblemen en de realisatie van een goede geluidwering.

Luchtdicht bouwen is voor de bouwpraktijk nog steeds ongrijpbaar en krijgt daarom te weinig aandacht. De theorie erachter wordt als complex gezien en vaak leidt een gebrek aan luchtdichtheid niet direct tot klachten. Bovendien leeft de gedachte dat luchtdicht bouwen niet bevorderlijk is voor een gezond en comfortabel binnenmilieu. Dit is volstrekt onjuist. Maar het is goed te beseffen dat luchtdicht bouwen uitgaat van een goed ventilatiesysteem en daarvoor niet in de plaats komt.

Luchtdicht bouwen betekent dus robuuste kwaliteit leveren!

Door het streven naar vergaande energiebesparing wordt er steeds meer aandacht besteed aan luchtdicht bouwen. Een goede luchtdichtheid wordt gehonoreerd in de energieprestatieberekening. Daarnaast wordt er steeds meer gecontroleerd met behulp van metingen. Opdrachtgevers willen zekerheid dat de geclaimde prestatie ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Recente ontwikkelingen zijn energieneutrale gebouwen en het Passiefhuisconcept. Naar verwachting zullen vanaf 2020 op basis van de Europese richtlijn Energy Performance Building Directive (EPBD) bijna-energieneutrale gebouwen (nearly zero energy buildings) moeten worden gebouwd. In het Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen is bepaald dat een volledig energieneutraal gebouw een EPC=0 heeft. De energieprestatiecoëfficiënt wordt bepaald aan de hand van de norm NEN 7120: Energieprestatie van gebouwen – Bepalingsmethode (EPG). Het Passiefhuisconcept levert een EPC-waarde van circa 0,4 (naar verwachting wordt dit de EPC-eis voor woningen in 2015). Zowel voor het Passiefhuisconcept als voor het energieneutraal gebouw is het uitgangspunt een goed geïsoleerde gebouwschil. Deze kenmerkt zich door een hoge Rc-waarde voor de ‘dichte’ delen, een lage U-waarde voor de kozijnen en een zeer goede luchtdichtheid. Daarnaast zal in de zomer de gebouwschil moeten voorkomen dat het binnen te warm wordt door zonwering en zomernachtventilatie.

De luchtdichtheid van een gebouw hangt voornamelijk af van de opbouw van het gebouw, en daarbij is vooral het type dak (plat/hellend) van belang. Daarnaast zijn de lengte van de details, het aantal doorvoeren door de schil, de keus van de (dichtings)materialen (waaronder het hang- en sluitwerk), het bouwsysteem en vanzelfsprekend de kwaliteit van detailleringen bepalend. De uitvoering wordt helaas regelmatig onderschat waardoor de gewenste luchtdichtheid vaak niet wordt gehaald. Coördinatie en controle tijdens de uitvoering (en meting achteraf) zijn dus van even groot belang. In deze publicatie zijn daarom naast de ontwerpaanbevelingen instructies voor een zorgvuldige uitvoering opgenomen.

Belangrijk is dus te onthouden dat een luchtdicht gebouw gekoppeld is aan een goed (technisch) ontwerp, een juiste engineering en een doordachte en zorgvuldige uitvoering!

1.2 Doelstelling publicatie

Deze publicatie is bedoeld om inzicht te geven in de achtergronden van luchtdicht bouwen. Daarmee wordt het belang van dit kwaliteitsaspect duidelijk.

In deze publicatie zijn aanwijzingen gegeven voor de ontwerper en de bouwer. Wanneer de bouwtechnisch ontwerper zich aan deze uitgangspunten houdt, dan is de bouwer goed in staat de gevraagde luchtdichtheid te realiseren.

Van de bouwer wordt vooral zorgvuldigheid verwacht. Een zorgvuldige instructie door de uitvoerder of leverancier van luchtdichtingsmaterialen op basis van deze publicatie is noodzakelijk. De werkvoorbereider zal de juiste materialen moeten bestellen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn de maatvoeringskwaliteit van het project en de prestaties die de verschillende dichtingsmaterialen kunnen leveren. In deze publicatie worden de huidige, op de markt verkrijgbare producten, besproken.

Ten slotte is een goede controle noodzakelijk. De werkvoorbereider controleert of wat er besteld is ook geleverd is. De uitvoerder controleert visueel of de instructies worden opgevolgd. Een adviseur controleert tijdens de gevel- en daksluiting of de uitvoering zorgvuldig gebeurt en met een luchtdichtheidsmeting en thermografie of de gevraagde prestatie ook daadwerkelijk is geleverd.

Het volgende schema geeft een algemeen stappenplan voor het realiseren van de gevraagde luchtdichtheid.

  1. Benoem in een vroeg stadium het ambitieniveau ten aanzien van energiezuinigheid en luchtdichtheid; ontwerp een robuust energieconcept.
  2. Op basis van dit (energie)concept wordt de noodzakelijke qv;10;kar-waarde vastgesteld. Let op: Luchtdicht bouwen gaat niet zonder een goed functionerend ventilatiesysteem!
  3. Deze qv;10;kar-waarde is input voor de EPC-berekening.
  4. Ga na wat deze qv;10;kar-waarde betekent voor de schil van het gebouw (dus hoe luchtdicht moeten de gevel, het dak en de vloer zijn?). Let op: Niet alleen de energiezuinigheid is van belang, ook comfort, waterdichtheid, geluid, et cetera.
  5. Bepaal de lijn/het vlak waarin de luchtdichting moet worden aangebracht. Inventariseer de overgangen van de details. Geef op de details op correcte wijze de luchtdichting aan (ontwerp een naad, stem de dichting hier op af, let op de werkvolgorde) en beschrijf de maatregelen/materialen in het bestek en/of technische omschrijving.
    Laat bij zware eisen (bijvoorbeeld het Passiefhuisconcept, BREEAM) en complexe projecten het ontwerp door een specialist toetsen/beoordelen.
  6. Controleer tijdens de werkvoorbereiding de kwaliteit van de luchtdichtingen in het ontwerp. Stem de keuze van het dichtingsmateriaal (gebaseerd op specificaties in bestek) af op de 'bewegingen' van de bouwdelen.
  7. Instrueer tijdens de uitvoering de medewerkers zorgvuldig over de bouwtechnische detaillering van het project.
  8. Controleer de luchtdichtheid tijdens de gevel- en daksluiting (visueel) en stuur waar nodig bij. Na de gevel- en daksluiting met één of meer luchtdichtheidsmetingen het resultaat beoordelen. Laat de betrokken partijen meekijken tijdens de meting.
  9. Controleer de luchtdichtheid bij oplevering met één of meer luchtdichtheids- en / of thermografie (in combinatie met het opsporen van lekken met behulp van rook). Laat de betrokken partijen meekijken tijdens de meting.

Figuur 1-1 Stappenplan luchtdicht bouwen.

Door tijdens het ontwerp, uitvoering en bij de oplevering op deze wijze te werken wordt het beoogde resultaat gerealiseerd. Tijdens de gebruiksfase zal geconstateerd worden dat de luchtdichtheid vermindert. Door onder andere nastelbaar of zelfstellend hang- en sluitwerk blijft deze kwaliteitsvermindering beperkt.

1.3 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bouwregelgeving besproken. Er wordt niet alleen ingegaan op publieke eisen zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en uitgewerkt in de EPC-berekening, maar ook op private eisen en keurmerken. In hoofdstuk 3 wordt de theorie besproken. Uitgelegd wordt op welke wijze drukverschillen over de thermische schil van het gebouw ontstaan. Het effect op de bouwfysische prestaties wordt toegelicht. De doelstelling van de luchtdichtheidsklassenclassificatie wordt uiteengezet.

Hoofdstuk 4 belicht de ontwerpaspecten waarop de bouwtechnisch ontwerper moet letten om de bouwer de gevraagde prestatie te laten realiseren. Paragraaf 4.7 is in deze publicatie, ten opzichte van uitgave 2009, toegevoegd en bespreekt de ontwerpaspecten bij hogere gebouwen.

In hoofdstuk 5 worden de rekenmethoden gegeven.

In hoofdstuk 6 worden de afdichtingsmaterialen besproken. Dit hoofdstuk is een standopname, gebaseerd op de producten die in 2013 op de markt zijn. Er wordt niet gepretendeerd volledig te zijn. Daarvoor is de verscheidenheid te groot.

In hoofdstuk 7 worden uitvoeringsinstructies en aanbevelingen gegeven. Dit hoofdstuk is sterk gevisualiseerd, omdat de auteurs er vanuit gaan dat deze publicatie gebruikt moet kunnen worden in de bouwpraktijk. Paragraaf 7.5 is in deze publicatie toegevoegd (ten opzichte van uitgave 2009) en behandelt de aanbevelingen voor geïsoleerde rieten schroefdaken.

Hoofdstuk 8 is nieuw (ten opzichte van uitgave 2009) en gaat over ontwerp- en uitvoeringszaken specifiek voor utiliteitsbouw. In dit hoofdstuk worden naast algemene aanbevelingen ook enkele gevelsystemen specifiek beschreven.

Hoofdstuk 9 behandelt ten slotte de meetmethoden.

In de bijlagen zijn voorbeeldberekeningen uitgewerkt (bijlage 1 en 2). In bijlage 3 is een voorbeeld- bestekstekst voor luchtdoorlatendheidsmetingen en thermografisch onderzoek opgenomen. In bijlage 4 en 5 is achtergrondinformatie voor hoofdstuk 3 (theorie) opgenomen. Bijlage 6 betreft een vermelding van normen, gebruikte literatuur en overige informatie.