0

publicatie: Luchtdicht bouwen 2

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Algemeen

Luchtdicht bouwen of het beperken van luchtdoorlatendheid zijn in principe dezelfde begrippen. Het gaat erom de openingen in de 'schil' van het gebouw te minimaliseren en/of te beheersen.

Er zijn allerlei redenen om luchtdicht te bouwen. De belangrijkste zijn energiebesparing, verbeteren van het comfort, voorkomen van vochtproblemen en het bereiken van een goede geluid- en brandwering. Daarnaast kunnen bij sommige gebruiksfuncties ook hygiëne en stofdichting een zeer belangrijke rol spelen.

Luchtdicht bouwen is voor de bouwpraktijk nog steeds ongrijpbaar. De theorie erachter wordt als complex gezien en vaak leidt een gebrek aan luchtdichtheid niet direct tot klachten of problemen. Bovendien leeft de gedachte dat luchtdicht bouwen niet bevorderlijk is voor een gezond en comfortabel binnenmilieu. Dit is volstrekt onjuist. Het is goed te beseffen dat luchtdicht bouwen uitgaat van een goed ventilatiesysteem en daarvoor niet in de plaats komt.

Luchtdicht bouwen betekent dus: robuuste (degelijke) kwaliteit leveren en de controle daarop in alle stadia van het bouwproces!

Door het streven naar vergaande energiebesparing wordt er steeds meer aandacht besteed aan luchtdicht bouwen. Een goede luchtdichtheid wordt gehonoreerd in de energieprestatieberekening. Daarnaast wordt de luchtdichtheid steeds meer gecontroleerd met behulp van metingen. Opdrachtgevers willen zekerheid dat de geclaimde prestatie ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Recente ontwikkelingen zijn energieneutrale gebouwen en het passiefhuisconcept. Op basis van de Europese richtlijn Energy Performance Building Directive 2010/31/EU (EPBD Recast) moet vanaf 31 december 2020 alle nieuwbouw uit bijna-energieneutrale gebouwen (nearly zero-energy buildings) bestaan. Ditzelfde geldt al vanaf 31 december 2018 voor gebouwen gebruikt door of in bezit van overheden. In het Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen is bepaald dat een volledig energieneutraal gebouw een EPC = 0 heeft.

Voor een energieneutraal gebouw is het uitgangspunt een goed geïsoleerde gebouwschil. Een goede gebouwschil kenmerkt zich door een hoge Rc-waarde voor de ‘dichte’ delen en een lage U-waarde voor de kozijnen/ramen/deuren en een zeer goede luchtdichtheid.

De luchtdichtheid van een gebouw hangt voornamelijk af van de opbouw van het gebouw en daarbij is vooral de keuze van het gevel- en daksysteem van belang. Daarnaast zijn de lengte van de detailaansluiting, de keuze van de (dichtings)materialen en vanzelfsprekend de kwaliteit van de detailleringen bepalend. De uitvoering wordt helaas regelmatig onderschat, waardoor de gewenste luchtdichtheid vaak niet wordt gehaald. Coördinatie en controle tijdens de uitvoering (en tussentijdse meting en meting achteraf) is dus zeker van belang.

Belangrijk is te onthouden dat een luchtdicht gebouw gekoppeld is aan een goed (technisch) ontwerp, een juiste engineering en een doordachte en zorgvuldige uitvoering!

1.2 Doelstelling publicatie

In de praktijk blijkt dat juist bij de utiliteitsbouw – en dan met name wanneer er sprake is van metalen dak- en wandsystemen – er weinig kennis is op het gebied van luchtdicht bouwen. Toch komen ook juist bij deze projecten de eisen aan de luchtdichtheid steeds hoger te liggen. Het is dus van belang dat kennis over dit onderwerp wordt verspreid.

Deze publicatie is bedoeld om inzicht te geven in de achtergronden van luchtdicht bouwen specifiek voor metalen gevel- en daksystemen. Daarmee wordt het belang van dit kwaliteitsaspect duidelijk. Deze publicatie geeft aanwijzingen en instructies voor zowel de adviseur, ontwerper, bouwer als verwerker van een specifiek product of systeem.

1.3 Stappenplan luchtdichtheid

In het volgende schema is een algemeen stappenplan voor het bereiken van de gevraagde luchtdichtheid opgenomen.

Figuur 1-1 Stappenplan

Door tijdens het ontwerp, uitvoering en bij de oplevering op deze wijze te werken wordt het beoogde resultaat bereikt.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de theorie besproken. Uitgelegd wordt op welke wijze drukverschillen over de thermische schil van het gebouw ontstaan.

In hoofdstuk 3 is de bouwregelgeving besproken. Er wordt niet alleen ingegaan op publieke eisen, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en uitgewerkt in de EPC-berekening, maar ook op private eisen en keurmerken.

In hoofdstuk 4 staan de algemene ontwerpaspecten waarop de bouwtechnisch ontwerper moet letten om de bouwer de gevraagde prestatie te laten realiseren. Tevens wordt ingegaan op de verschillende dichtingsmaterialen.

In hoofdstuk 5 staan de ontwerp- en uitvoeringsaspecten per bouwdeel (gevel of dak).

In hoofdstuk 6 staan ten slotte de meetmethoden.

Bijlage 1 bevat een rekenvoorbeeld van de luchtdichtheid van een logistieke hal met kantoor.