0

publicatie: Luchtkwaliteit woningbouw

1 Inleiding

1 Inleiding

Sinds de jaren zestig is er meer aandacht voor het buitenmilieu. Er zijn normen vastgesteld voor geluid en stoffen in bodem, water en lucht, die de gezondheid van de Nederlandse bevolking moeten beschermen. Het binnenmilieu kreeg weinig aandacht. De laatste tijd is hier echter een kentering in te zien. De aandacht voor het binnenmilieu, en dan met name voor de kwaliteit van de binnenlucht, groeit.

Met de invoering van de Woningwet (1901) is de gezondheidssituatie in woningen sterk verbeterd. Zaken zoals veilig drinkwater, riolering en licht zijn naar tevredenheid geregeld. Ondanks deze kwaliteitsverbetering is er nog steeds veel mis. Een groot aantal Nederlandse woningen heeft een onvoldoende gezond binnenmilieu (zie Hasselaar, 2001).
Nederlanders brengen 90% van hun tijd door in gebouwen en vervoersmiddelen, en van die tijd weer het grootste deel in hun woning. Zij worden dus lange tijd blootgesteld aan de ongezonde factoren in die woning. Dat betekent dat mensen ziek kunnen worden door hun eigen woning. Een bekend voorbeeld is het verergeren van allergie en astma als gevolg van blootstelling aan huisstofmijten en schimmels.

Een groot aantal factoren kan het binnenmilieu beïnvloeden. De belangrijkste zijn: luchtkwaliteit, thermisch binnenklimaat, geluid, licht en straling (elektromagnetische velden). In dit cahier wordt het thema luchtkwaliteit nader behandeld. Aan elke luchtkwaliteitfactor (alle belangrijke agentia) is een apart werkblad gewijd.

De werkbladen zijn bedoeld om snel informatie te verkrijgen over factoren die van invloed zijn op het binnenmilieu van woningen. Deze informatie kan dienen als motivatie voor het stellen van prioriteiten bij het ontwerpen, onderzoeken of aanpassen van woningen.
Bovendien kan zij mensen motiveren investeringen te doen ter verbetering van een woning. De informatie is zeer beknopt. Uitgebreidere informatie is te vinden via de geraadpleegde literatuur. Om de werkbladen overzichtelijk en werkbaar te houden zijn er geen literatuurverwijzingen in de tekst verwerkt. In de literatuurlijst is per factor te zien welke literatuur is gebruikt.

1.1 Binnenluchtkwaliteitfactoren

De factoren die de binnenluchtkwaliteit in woningen beïnvloeden zijn onder te verdelen in verschillende categorieën.
Stof en vezels, we behandelen in dit cahier:

  • asbest;
  • door de mens geproduceerde minerale vezels (MMMF);
  • fijn stof.

Radioactieve gassen, we behandelen hier:

  • radon.

Mengsels van gassen en dampen die geuroverlast veroorzaken, uitgewerkt in een werkblad over:

  • stank (geurstoffen).

Verbrandingsproducten, met werkbladen over:

  • stikstofdioxide (NO2);
  • koolmonoxide (CO);
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's);

En wegens de hinder die ze kunnen veroorzaken is aan twee specifieke bronnen van verbrandingsproducten een apart werkblad gewijd: houtkachels en open haarden.

Vluchtige organische stoffen (VOS):

  • alkanen;
  • aromatische koolwaterstoffen;
  • gechloreerde koolwaterstoffen;
  • formaldehyde.

Vocht & biologische agentia:

  • vocht;
  • huisstofmijten;
  • schimmels;
  • huisdieren en insecten;
  • legionella.

Tot slot is er een werkblad gewijd aan een factor die strikt genomen geen bron is, maar die wel wezenlijk is voor de luchtkwaliteit in huis:

  • ventilatie.

Dit laatste werkblad gaat tevens in op door het menselijk lichaam afgeven stoffen (bio-effluenten) en de factor CO2.

1.2 Opbouw werkbladen

Ieder werkblad bestaat uit verschillende onderdelen:

  1. Korte omschrijving van de factor.
  2. Bronnen in het binnenmilieu van woningen.
  3. Concentraties in woningen.
  4. Effecten op de gezondheid.
  5. Normen:
    • gezondheidskundige advieswaarden aanbevolen door de World Health Organisation (WHO) en/of de Gezondheidsraad;
    • toxicologisch toelaatbare concentraties in de lucht (TCL-waarden), vastgesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);
    • (ter vergelijking) grenswaarden voor werkplekken in industriële situaties, de MAC-waarden, vastgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
  6. Juridische aspecten: hier worden relevante wetsartikelen genoemd. In veel gevallen betreft dit artikelen uit het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), 'opgehangen' aan de Woningwet. Op 1 januari 2003 treedt het nieuwe Bouwbesluit in werking. Ten tijde van het schrijven van dit cahier was de definitieve tekst van dit Bouwbesluit nog niet bekend. De versie gebruikt bij het opstellen van dit cahier is die welke op 18 september 2001 in Staatsblad 410 is gepubliceerd als voorlopige tekst van het Nieuwe Bouwbesluit.
  7. Mogelijke maatregelen van technische en bouwkundige aard. Waar mogelijk is een onderscheidt gemaakt in maatregelen voor nieuwbouw en bestaande bouw. Het mag duidelijk zijn dat een aantal maatregelen moeilijk of zelfs niet toepasbaar is in bestaande bouw.

1.3 Drie kwaliteitsklassen

Dit cahier geeft voor een aantal binnenluchtfactoren eisen in kwaliteitsklassen. Eén en ander naar analogie van CEN (1998) CR 1752. Concreet betreft het 3 klassen: de klassen A, B en C (zie ook de tabel in de samenvatting):

  1. Klasse A vertegenwoordigt een goede tot zeer goede kwaliteit, ongeveer overeenkomend met het natuurlijk achtergrondniveau. Het binnenmilieu is 'gezond' wanneer alle factoren in het onder A beschreven gebied liggen. Mensen zullen niet ziek worden door factoren in het binnenmilieu bij de beschreven concentraties.
  2. Klasse B staat voor een matige tot goede kwaliteit, de concentraties liggen tussen de natuurlijke achtergrondwaarde en de gezondheidskundige grenswaarde. Vooral mensen die gevoelig zijn voor de betreffende factor kunnen echter al gezondheidsklachten krijgen bij de beschreven concentraties.
  3. Klasse C staat voor een matige tot slechte kwaliteit, de concentraties liggen in de buurt van (net onder) de gezondheidskundige grenswaarden. Bij de beschreven concentraties wordt op zich nog wel aan de wettelijke minimumeisen voldaan (blijft men onder de gezondheidskundige grenswaarde), maar de kans is reëel dat een aanzienlijk percentage van de blootgestelden hinder dan wel gezondheidsschade zal ondervinden.

Verder bestaat er nog een 'virtuele' klasse D. In deze klasse valt alles wat een nog mindere kwaliteit heeft dan klasse C. Wanneer een factor in klasse D valt, is dat gezondheidskundig niet meer acceptabel, wordt er niet voldaan aan de wettelijke minimumeisen en zijn nadere maatregelen onder alle omstandigheden nodig.

Bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties dient men er naar te streven om aan de onder A beschreven prestatie-eisen te voldoen. Een woning moet geschikt zijn voor alle groepen mensen, dus ook voor gevoelige groepen.
In bestaande woningen (bijvoorbeeld bij binnenmilieu-onderzoek naar aanleiding van klachten) zijn nadere acties altijd nodig (juridisch gezien) indien niet aan de klasse C eisen voldaan wordt (= klasse D). Indien er gezondheidsklachten zijn in de woning die mogelijk in verband gelegd zouden kunnen worden met een bepaalde luchtkwaliteit factor, en wanneer de concentraties voor die factor in het klasse C gebied liggen, dan zijn maatregelen waardoor de concentraties tenminste naar het klasse B gebied verschuiven, ten zeerste aanbevolen.