0

publicatie: Monolitisch afgewerkte betonvloeren

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Algemeen

Een vloer heeft twee functies: het leveren van draagvermogen (constructieve functie) en het bieden van mogelijkheden voor transport en opslag (gebruiksfunctie). De constructieve functie stelt eisen aan sterkte en stijfheid en de gebruiksfunctie vereist een bepaalde mate van vlakheid, slijtvastheid en duurzaamheid. Een vloer moet beide functies onder wisselende omstandigheden kunnen vervullen. Daarnaast mogen aan vloeren esthetische eisen worden gesteld.

1.2 Draagvloer voorzien van een dekvloer of monolitisch afwerken?

Een betonvloer die uitsluitend op hoogte is afgereid is onvlak, gaat stuiven en is dus niet direct gebruiksklaar - er is altijd een nadere bewerking nodig. Daarbij heeft men de keuze tussen dekvloer aanbrengen of monolitisch afwerken.

Heel vaak wordt de gestorte vloer na verharding voorzien van een dekvloer. Hiermee zijn maatafwijkingen in de ruwbouw (de draagvloer) te compenseren. Verder kan men met een dekvloer aan zeer hoge vlakheidseisen voldoen. Een bijkomend voordeel is dat leidingen in de dekvloer zijn op te nemen. Om beschadiging te voorkomen worden dekvloeren pas tijdens de afbouw aangebracht.

De belangstelling voor monolitisch afwerken van betonvloeren groeit

Redenen:

  • verbeteringen van samenstelling en vervaardiging van betonmortel, waardoor een constante kwaliteit kan worden geleverd;
  • toepassing van een superplastificeerder in beton, waardoor het verwerken, verdichten en afreien eenvoudiger is geworden;
  • opkomst van gespecialiseerde vloerenbedrijven die voor de uitvoering zorgdragen;
  • sterk verbeterde gemechaniseerde aanvoer-, stort- en verdichtingsmethodes (betonpompen, betondumpers);
  • sterk verbeterde afwerktechnieken, zoals machinaal schuren en afvlinderen;
  • vergroting van de dagproductie door mechanisatie;
  • verbeterde mogelijkheden om het beton uit de vrije hand nauwkeurig op hoogte af te werken (roterende laser, vloerenbaak) - net zo vlak als een dekvloer;
  • verbeterde mogelijkheden om het beton machinaal vlak af te reien en aan hogere vlakheidseisen te laten voldoen (afreimachines met lasersturing);
  • verbetering van de productkwaliteit van de vloer; problemen door gebreken in / het loslaten van de dekvloer (onthechting) worden voorkomen; herstelkosten en bedrijfsschade (in verband met gebruik van de vloer) nemen af;
  • bouwtijdverkorting en verlaging van de bouwkosten bij gelijkblijvende prestatie en kwaliteit van de vloer (dankzij het achterwege blijven van een dekvloer in de afbouwfase);
  • oplevering van een vloer met een sterk, hard en dicht oppervlak (door toepassing van beton B 25 of B 35 realiseert men een druksterkte die meestal niet haalbaar is met een zandcement dekvloer);
  • de mogelijkheid tot realisatie van een zeer slijtvast vloeroppervlak (door bestrooiing met slijtvaste toeslagmaterialen);
  • het gegeven dat een dekvloer niet bijdraagt tot de draagfunctie van de vloer;
  • prima mogelijkheden tot geconditioneerde uitvoering (met behulp van een doorwerkvoorziening);
  • verbetering van de arbeidsomstandigheden (althans ten opzichte van het verwerken/aanbrengen van een zandcement dekvloer);
  • toenemende aandacht voor duurzaam bouwen.

Een monolitische afgewerkte betonvloer is na verharding direct gebruiksklaar. De draagvloer wordt in één arbeidsgang aansluitend op het storten en verdichten afgewerkt. Dit gebeurt zodanig dat het oppervlak voldoet aan alle toepasselijke eisen, zoals vlakheid, stroefheid, slijtvastheid en geschiktheid voor een eventuele vloerbedekking.

Bij afweging van de opties 'dekvloer' en 'monolitisch afwerken' dient men de aard van het bouwwerk, de productiemogelijkheden, de gebruikseisen en economische aspecten in beschouwing te nemen.

De belangrijkste eisen die aan dekvloeren worden gesteld, hebben betrekking op sterkte, vlakheid en hechting. Uit het kader blijkt dat een monolitisch afgewerkte betonvloer in deze opzichten goede prestaties kan leveren. In de utiliteitsbouw valt de keuze dan ook steeds vaker op monolitisch afwerken.

Aan een monolitisch afgewerkte betonvloer kleven echter ook enkele bezwaren ten opzichte van een dekvloer, zoals:

  • de noodzaak tot intensievere voorbereiding met veel overleg (vanwege het grotere aantal arbeidshandelingen in de ruwbouwfase, de noodzakelijke risicobeperking en de wellicht benodigde grotere productiecapaciteit);
  • de kans dat de afgewerkte vloer (althans bij uitvoering in de open lucht) verregent;
  • de vereiste extra aandacht voor nabehandeling en bescherming (om bevriezing of voortijdige uitdroging van de vloer te voorkomen en een kwalitatief goede toplaag te verkrijgen);
  • de extra zorg na afwerking (om beschadiging van het oppervlak te voorkomen);
  • de beperkte mogelijkheden om te voldoen aan bijzondere eisen. Met een dekvloer - in aangepaste uitvoering - valt beter in te spelen op bijzondere eisen ten aanzien van bijvoorbeeld vlakheid, bestendigheid en hygiëne.

Enkele van deze bezwaren zijn te ondervangen door de betonvloer pas te storten als de ruimte inmiddels is overdekt.