0

publicatie: Natuurvoorzieningen aan gebouwen

1 Inleiding

1 Inleiding

Het inzicht dat ons bestaan met de natuur is verweven heeft ook binnen het bouwen terrein veroverd. Specificatieblad S393 uit het pakket Woningbouw concretiseert dit inzicht in een "nestelgelegenheid voor gierzwaluwen". Bij meer dan de helft van de voorbeeldprojecten Duurzaam Bouwen, die in het kader van de Stimuleringsregeling zijn genomineerd, hebben de initiatiefnemers kenbaar gemaakt aandacht te willen besteden aan nestelgelegenheid voor Gierzwaluwen en enkele andere soorten.

1.1 Natuurvoorzieningen: nestplaatsen en verblijven

Met 'natuurvoorziening aan gebouw' (kortweg: 'natuurvoorziening') is in deze publicatie bedoeld: elke bouwkundige voorziening die - in overeenstemming met (andere) DuBo-maatregelen en de vigerende bouwvoorschriften - wordt getroffen om een gebouw een functie te laten vervullen in de ons omringende levende natuur. Deze definitie is heel wat ruimer dan de zoëven genoemde "nestelgelegenheid voor Gierzwaluwen". Immers, de levende natuur omvat talrijke dier- en plantensoorten die wij zonder bezwaar in de buitenschil van onze gebouwen zouden kunnen toelaten. Dat deze publicatie slechts de bouw van nestelvoorzieningen en verblijven voor tien soorten vogels en vleermuizen beschrijft, moet gezien worden als een eerste voorzichtige stap.

Van oudsher leggen vogels en vleermuizen beslag op spleten, holten en ruimten in en achter muren, houten balken, aftimmering en luiken. Vaak onopgemerkt, doordat zij er slechts enkele weken per jaar gebruik van maken. Van nature horen deze dieren thuis in stenige en rotsige milieus of in bomen met holten. Waar rotsen en grote bomen ontbreken, blijkt een ruimte in een gevel of onder een dak een geschikt alternatief te zijn. Het energiezuinig bouwen en renoveren heeft echter geleid tot het dichtstoppen van kieren en spouw, waardoor een groot deel van de vertrouwde plekken voor vogels en vleermuizen is verdwenen. Ook de toepassing van beter sluitende dakpannen zorgt ervoor dat het aantal geschikte nestplaatsen en verblijven voor deze dieren snel afneemt. Dit heeft nog geen al te grote gevolgen voor vogels en vleermuizen in de gebouwde omgeving, maar nu wij steeds meer oppervlak bebouwen en renoveren, kan dat veranderen. Het feit dat er de laatste jaren veel minder huismussen zijn te zien dan vroeger, is misschien een aanwijzing in die richting.

Figuur 1
Gebakken stenen met vlieggat voor vogels (Lutherse kerk Utrecht).

Vogels om op te eten

In de Middeleeuwen werd in de bouw uitgebreid aandacht besteed aan nestplaatsen voor vogels.
Natuurbeheer was toen geen thema. De voorzieningen dienden om de vogels gemakkelijk te pakken te kunnen krijgen! Vogels vormden namelijk goedkoop vlees voor de armen. En de mest van duiven werd gebruikt voor bemesting, ontharing in de leerlooierij, salpeter voor buskruit en medicijn tegen de pest en verlammingsverschijnselen.
In de gevel van de Lutherse kerk in Utrecht zitten gebakken vierkante tegels met een rond vlieggat voor vogels. Dit is nauwelijks zichtbaar, omdat de tegels identiek zijn aan de andere gebruikte stenen.
Bij het nieuwe, duurzaam gebouwde belastingkantoor in Enschede is hetzelfde gedaan. In enkele keramische stenen van de buitengevel zit een gat; daarachter bevindt zich een neststeen voor gierzwaluwen.

Figuur 2
Eén van de (gierzwaluw-)neststenen in de oostgevel van het Belastingkantoor Enschede; aanzicht en detail.

Nu de belangstelling voor Duurzaam Bouwen sterk toeneemt, is de tijd er rijp voor dat bouwers en architecten mooie en duurzame details gaan bedenken voor de inheemse fauna die in woningen en gebouwen welkom is. Details die de dieren de nodige ruimte bieden - zonder dat de gebouwen aan duurzame kwaliteit inboeten. Voor de (menselijke) bewoners kan dit een verrijking zijn.

In deze publicatie is gekozen voor oplossingen die in het ontwerp te integreren zijn. Zij gaan de hele levensfase van het gebouw mee. Het betreft details die een holle ruimte creëren of waarin neststenen zijn opgenomen - op plaatsen die geschikt zijn voor de dieren (Figuur 3).

Figuur 3
Plaatsen waar vogels en vleermuizen graag een onderkomen zoeken.

1.2 Informatiebronnen

De informatie over de plaatsen die door vogels en vleermuizen bij voorkeur worden ingenomen is uit verschillende bronnen afkomstig. In de eerste plaats uit de bouwwereld zelf natuurlijk: bij renovatieprojecten worden vaak vogelnesten aangetroffen. Verder hebben onderzoekers en vrijwilligers de dieren intensief bestudeerd. Met name de Gierzwaluwwerkgroep Nederland, de Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam, de Vereniging voor Vogelbescherming en de Vereniging voor Zoogdieren en Zoogdierbescherming in de Benelux (Vleermuiswerkgroep) hebben veel waardevolle gegevens verzameld over diersoorten in stedelijk gebied.

1.3 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van deze publicatie beschrijft de stedenbouwkundige, ecologische en beheerstechnische randvoorwaarden en uitgangspunten voor het treffen van natuurvoorzieningen. Er wordt een relatie gelegd tussen de bouwlocatie en de ecologische structuur van de omgeving. Toepassing van deze inzichten moet duidelijk maken of - en zo ja: welke - natuurvoorzieningen op bouwplanniveau zinvol kunnen zijn. Daarbij zal blijken dat de eventueel te treffen natuurvoorzieningen bekeken moeten worden in samenhang met de omgeving en met beheer en inrichting van het terrein. Ook worden de randvoorwaarden behandeld, waaraan de nestelvoorzieningen en verblijven moeten voldoen, willen de dieren er baat bij hebben.

Hoofdstuk 3 geeft korte beschrijvingen van tien soorten vogels en vleermuizen, die mogelijk op de bouwlocatie te verwachten zijn en hier zullen 'aanslaan'. Er wordt vooral ingegaan op de leefwijze van deze soorten. Aldus tracht dit hoofdstuk te bevorderen dat de eventueel te treffen natuurvoorzieningen en beheersmaatregelen adequaat zijn.
Vogels en vleermuizen, die nog niet in de stad voorkomen, of die voorlopig nog genoeg plek vinden (zoals de Spreeuw), worden niet beschreven.

De hoofdstukken 2 en 3 liggen ten grondslag aan de keuze van 'uit te nodigen' diersoorten, de daarop af te stemmen natuurvoorzieningen en de situering van deze voorzieningen in het gebouwontwerp. Welke bouwkundige details voor zulke voorzieningen ontworpen dienen te worden, hangt mede af van bijvoorbeeld kosten, uitvoerbaarheid en hygiënische vereisten, en uiteraard ook van het gebouwontwerp zelf. Hoofdstuk 4 presenteert deze en andere ontwerpuitgangspunten en vervolgens negen duurzame voorbeelddetails, die aansluiten bij de SBR Referentie-details en de details uit de SBR-uitgave Duurzaam detailleren. De details zijn in principe geschikt voor alle beschreven diersoorten en voor alle stedelijke milieus.

In de bijlagen van deze handleiding vindt u informatie over kosten en subsidies, adressen van leveranciers en informatiecentra en een lijst met naslagwerken en andere praktische literatuur.

Tabel 1 geeft aan hoe u de inhoud van deze publicatie kunt betrekken bij het bouwproces.

Tabel 1
Gebruik van (onderdelen van) deze publicatie bij het bouwproces.

Hoofdstuk Bouwprocesfase
Onderdeel Programma Ontwerp Uitwerking Realisatie Beheer
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Initiatief Haalbaarheidsstudie Projectdefinitie Structuurontwerp Voorlopig ontwerp Definitief ontwerp Bestek Prijsvorming Werkvoorbereiding Uivoering Oplevering Gebruik
1.1 Natuurvoorzieningen: nestplaatsen en verblijven
1.2 Informatiebronnen
2.1 De stedelijke natuur
2.2 Rekening houden met verschillende schaalniveaus
3 Vogels en vleermuizen
4.1 Bouwkundige uitgangspunten
4.2 Ontwerpuitgangspunten
4.3 Negen voorbeelddetails
A Subsidies
B Kosten
C Adressen
D Voorbeeld van koudebrugberekening
E Aanbevolen literatuur
onderdeel essentieel voor procesfase
onderdeel nuttig te gebruiken bij procesfase