0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

hoofdstuk: Bijlage 5 Onderhoud

1 Inleiding

1 Inleiding

Leeswijzer
Deze bijlage benadert het onderhoud vanuit de invalshoek van methoden en technieken, en niet vanuit de plantensoorten, vegetaties, fauna en constructies. Op welke wijze men de begroeiing dient te onderhouden komt in de handboeken 'Vegetatie langs grote wateren' (CUR 204) en 'Water- en oeverplanten' (CUR 205) aan bod. Onderhoud gericht op fauna wordt in 'Fauna' (CUR 203) behandeld en in 'Oeverbeschermingsmaterialen' (CUR 202) wordt onderhoud aan constructies kort toegelicht.
Paragraaf 1 gaat in op het belang van onderhoud en de waarde van een onderhoudsplan. Tevens zal de relatie met andere activiteiten zoals monitoring worden aangegeven. Paragraaf 2 beschrijft de verschillende onderhoudsmethodieken met hun belangrijkste voor- en nadelen. Paragraaf 3 behandelt een aantal specifieke onderhoudsmaatregelen, waarbij de nadruk gelegd wordt op het groen-onderhoud.

Definities
Oeverbeheer is het verantwoordelijk zijn en zorgdragen voor het handhaven of ontwikkelen van een vooraf vastgestelde kwaliteit van de oever. Het beheer van oevers bestaat uit het organiseren van beheer, eigendom en financiën alsmede onderhoud, monitoring, evaluatie, en eventueel (her)inrichting.
Onderhoud is het periodiek uitvoeren van werkzaamheden in het kader van het beheer van de oever. Het zijn vaak kortdurende en plaatselijke ingrepen, waarbij de verdedigende constructie, het profiel of het ontwerp niet wezenlijk wordt gewijzigd. Met behulp van (aangepast) onderhoud kan men de ontwikkeling van de oever bewust sturen naar meer natuurlijkere oever. Als het onderhoud van de oever is afgestemd op de doelstelling en het streefbeeld kan de waarde van natuur in de oever worden vergroot.

1.1 Waarom een onderhoudsplan?

1.1 Waarom een onderhoudsplan?

In het onderhoudsplan worden de onderhoudsmaatregelen voor de oever beschreven. Het is belangrijk dat het onderhoudsplan is afgestemd op de doelstellingen ofweI streefbeelden die voor een oever zijn geformuleerd. Hierdoor staat het onderhoudsplan in directe relatie met het beheersplan.
De vastgestelde en concrete doelstellingen voor de gewenste natuur in de oever moeten worden vertaald naar het meest geschikte onderhoud. Bij de doelstellingen voor de oever moeten de prioriteiten duidelijk zijn aangegeven. Dit omdat bijvoorbeeld broedvogels andere eisen stellen aan het onderhoud dan pleisterende of doortrekkende vogels.

Het onderhoud van natuurvriendelijke oevers vraagt om een planmatige benadering. Waarom?

  • Natuurvriendelijke oevers maken vaak een ontwikkeling door voordat zij hun functie optimaal kunnen vervullen;
  • Het bereiken van de gewenste natuurvriendelijke oever (de doelstelling) stelt voorwaarden aan de te gebruiken methoden, het materieel, het tijdstip en de frequentie van het onderhoud;
  • Voor de natuur in oevers is continuïteit en stabiliteit in onderhoud erg belangrijk. De wijze van onderhoud is gericht op het in stand houden of ontwikkelen van de gewenste natuur op langere termijn. Tussentijdse wijziging in onderhoud moet zoveel mogelijk worden voorkomen;
  • Voor continuïteit in het onderhoud van natuurvriendelijke oevers zullen de benodigde middelen (onder andere financiën en menskracht) op de langere termijn veilig gesteld moeten zijn op bestuurlijk niveau (in het beheersplan).

Het opstellen van een onderhoudsplan heeft een aantal voordelen:

  • De hoeveelheid werk is goed in te schatten en de benodigde menskracht en het benodigde materieel is goed te plannen. Hierdoor zijn de kosten voor het onderhoud van lopende en volgende jaren goed te voorspellen;
  • Door planning kan een optimale inzet van personele, materiele en financiële middelen bereikt worden. Deze gegevens zijn ook te gebruiken bij het opstellen van werkplannen, het directieplan en de begroting;
  • Duidelijk wordt waarom, wat, waar en wanneer iets moet gebeuren. Bij het wegvallen van middelen, zoals financiën of menskracht, kunnen de prioriteiten inzichtelijk worden toegekend;
  • Door het vastleggen van onderhoud is controle mogelijk. Dit is belangrijk bij het toetsen van de doelstelling(en) voor de oever. Het maakt het mogelijk de effectiviteit van het onderhoud en het beheer te evalueren en zo nodig tijdig bij te sturen.

Het onderhoudsplan zal in samenspraak tussen de mensen van het technisch onderhoud en ecologen gemaakt moeten worden. De goedkeuring vindt plaats in de directie of het bestuur. Deze laatsten zijn daarmee ook de eindverantwoordelijken voor het onderhoudsplan.

1.2 De inhoud van een onderhoudsplan

1.2 De inhoud van een onderhoudsplan

In de volgende paragrafen worden een aantal noodzakelijke onderdelen van een onderhoudsplan aangegeven.

1.2.1 Doelstelling voor de oever

1.2.1 Doelstelling voor de oever

De doelstelling of het streefbeeld van de oever is opgenomen in de beheersvisie van het betreffende watersysteem waartoe de oever behoort en in de beheersplannen nat en is hier in na te kijken.

1.2.2 Onderhoudsmaatregelen en planning werkzaamheden

1.2.2 Onderhoudsmaatregelen en planning werkzaamheden

De onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om de doelstelling voor de oever te realiseren, zullen beschreven moeten worden. Dit betekent een beschrijving van:

  • de methode van onderhoud;
  • de frequentie van onderhoud;
  • de plaats waar de betreffende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd;
  • het tijdstip van onderhoud;
  • de kosten;
  • de organisatie van onderhoud.

Het tijdstip, de frequentie en de methode van onderhoud worden onder andere bepaald door de aanwezige en gewenste vegetatie en diergroepen in de oever en de doelstelling(en), de oeverbreedte (en inrichting in het algemeen), de grondsoort en aangrenzend grondgebruik. Bij de keuze van de methode is ook de bedrijfsmatige inpasbaarheid van belang; welk materieel en personeel is beschikbaar, en wordt onderhoud uitbesteed of uitgevoerd in eigen beheer? Verder zullen bij de keuze voor de methode, tijdstip en frequentie van onderhoud naast de te verwachten ontwikkeling van de planten en dieren ook landschappelijke, visuele en economische aspecten betrokken moeten worden.

Voor het onderhouden van natuurvriendelijke oevers geldt:

  • Houd bij de keuze voor onderhoudsmaatregelen zoveel mogelijk rekening met (1) de jaarcyclus van de gewenste (of juist niet gewenste) planten en dieren en (2) het ontwikkelingsstadium van de natuur. Het zoveel mogelijk aansluiten op deze beide aspecten zorgt voor efficiënt onderhoud;
  • Het onderhoud moet praktisch en financieel uitvoerbaar zijn;
  • De gekozen onderhoudsvorm zal een aantal jaren achtereen strikt toegepast moeten worden (tijdstip, frequentie). De kosten van het onderhoud zijn afhankelijk van de gekozen methode, de frequentie, de bereikbaarheid, de benodigde speciale voorzieningen, de moeilijkheidsgraad en de bewerking, verwerking en transport van het materiaal.

Uitgangspunten bij het onderhoud van natuurvriendelijke oevers:

  • Gebruik methoden en materieel die de (ontwikkeling van) gewenste natuur in oevers geen of zo min mogelijk schade toebrengen;
  • Kies een tijdstip waarop de (ontwikkeling van) gewenste natuur zo min mogelijk schade wordt toegebracht (zo zijn b.v. vogels en zoogdieren zeer gevoelig voor verstoring);
  • Kies een zo laag mogelijke onderhoudsfrequentie en een frequentie die de (ontwikkeling van de) natuur zo min mogelijk schade toebrengt;
  • Spreid onderhoudsmaatregelen in ruimte (plaats) en/of tijd.

Een meer uitgebreidere beschrijving van de wijze van onderhoud gericht op vegetatie staat beschreven in de handboeken 'Vegetatie langs grote wateren' (CUR 204) en 'Water- en oeverplanten' (CUR 205). Onderhoud gericht op fauna wordt in 'Fauna' (CUR 203) behandeld.

In het onderhoudsplan zal zowel het vast onderhoud of periodiek onderhoud als het variabel of groot onderhoud beschreven moeten worden. Onder vast onderhoud vallen de regelmatig uit te voeren werkzaamheden zoals het maaien van de beplanting of bijstorten van de constructie, om de functie van de oever in tact te houden. Ondanks deze regelmatige werkzaamheden zal na verloop van tijd functieverlies optreden waardoor uiteindelijk de natuurwaarde in de oever beneden een geaccepteerd niveau raakt (het interventieniveau). Om de kwaliteit van de oever weer te verhogen is vaak een groteingreep, variabel onderhoud, noodzakelijk. Dit is bijvoorbeeld het baggeren van een geul of het openmaken van een dichtgeslibd profiel. Het jaar waarin deze ingreep plaatsvindt is het interventiejaar. Door de grootschaligheid van de ingreep is het regelmatig uitvoeren van variabel onderhoud ongunstig voor de natuur.
Het tijdstip van het uitvoeren van 'vast onderhoud' hangt af van de wijze waarop de natuur in de oever zich ontwikkelt. Door deze ontwikkelingen te monitoren kan gerichter bepaald worden of onderhoud echt nodig is. Onderhoud vindt bij voorkeur dus niet plaats volgens een vast schema (bijvoorbeeld iedere twee jaar maaien van de rietkraag), maar wordt afhankelijk van de mate waarin de vegetatie of fauna zich ontwikkelt (eerst bepalen of onderhoud nodig is en dan pas uitvoeren).

Onderhoud aan de oever kan worden uitbesteed of in eigen beheer worden uitgevoerd. Om te bereiken dat het onderhoud door zowel de eigen mensen als door derden naar behoren wordt uitgevoerd, moet een nauwkeurige werkomschrijving worden opgesteld. Om de ideeen achter een bepaald oeverontwerp op het uitvoerende personeel over te brengen is voorlichting gewenst. Als dit niet gebeurt, is de kans groot dat werkzaamheden onjuist of op een verkeerd tijdstip plaatsvinden. Dit kan tot gevolg hebben dat de oeverbegroeiing aangetast en de fauna verstoord wordt. Bij de voorlichting gaat het om de organisatie van het werk (b.v. het aangeven van de terreindelen die bij het onderhoud niet bereden of betreden mogen worden en hoe dit voorkomen kan worden).

1.2.3 Bijzondere situaties en reparaties

1.2.3 Bijzondere situaties en reparaties

In een onderhoudsplan moet worden vastgelegd wat er dient te gebeuren bij ziekten en plagen in de planten (b.v. overmatige algengroei) en dieren (b.v. botulisme) of bij verstoringen en calamiteiten die negatieve effecten hebben (waterpeilbeheer, stuwbeheer, onverwachte groei in aantallen muskusratten enz.).

Bij reparaties dient de oorzaak van de schade te worden vastgesteld. Is de schade incidenteel dan kan de oever worden hersteld volgens het oorspronkelijke ontwerp
Is de schade structureel van aard, dan zal de constructie en mogelijk zelfs de doelstellingen en het ontwerp gewijzigd moeten worden.

1.2.4 Juridish bestuurlijke aandachtspunten

1.2.4 Juridish bestuurlijke aandachtspunten

Bij het onderhoud van de oever zal de oeverbeheerder samenwerken met zowel overheden als particulieren. Regels (vergunningen), verordeningen (bijvoorbeeld distelverordening) en conflicterende belangen bepalen enerzijds welke doelstellingen haalbaar zijn, en vereisen anderzijds acties vanuit het dagelijks beheer. Zonder volledigheid na te streven, worden hier onder enkele juridisch-bestuurlijke aandachtspunten genoemd die belangrijk zijn bij het onderhoud. Indien er een beheersvisie is, dan zullen deze aandachtspunten daarin geregeld moeten worden.

  • Voorschriften van beheerders (waterkwantiteit, waterkwaliteit);
  • Provinciale en gemeentelijke voorschriften en verordeningen;
  • Wettelijke bepalingen (vervuilde baggerspecie, afvalstoffen enz.);
  • Toegankelijkheid: recht op overpad (zakelijk recht), aanwezigheid van onderhoudspaden;
  • Onderhoudsplicht door de beheerder of derden;
  • Goedkeuring van directie of bestuur voor onderhoudsbudget voor meerdere jaren;
  • Toezicht en kwaliteitscontrole in verband met naleving regels, verordeningen en beschermende maatregelen. Dit geldt vooral voor het natuurvriendelijke aspect. Schade aan bestaande natuur of aan de beplanting is vaak pas later te zien. De directe oorzaak is dan vaak moeilijk te achterhalen en ook het herstel van de schade is dan vaak moeilijk. In natuurvriendelijke oevers en vooral in oevers met belangrijke natuurwaarden moet de toezichthouder kennis van en ervaring met natuurtechnisch werken hebben.

1.2.5 Periodiek vastleggen van de actuele situatie en evalutie

1.2.5 Periodiek vastleggen van de actuele situatie en evalutie

Om het gevoerde onderhoud te kunnen evalueren zijn gegevens nodig over de werkelijk uitgevoerde onderhoudsmaatregelen. Uiteraard zal daarnaast de uitgangssituatie en (indien van toepassing) de situatie na oplevering moeten zijn vastgelegd.
Na afloop van iedere onderhoudsbeurt zullen de omstandigheden waar onder gewerkt is en de bijzondere omstandigheden in het veld op een onderhoudsformulier moeten worden aangegeven. Dit is nodig voor de jaarlijkse vastlegging van de werkelijk uitgevoerde onderhoudsmaatregelen. Hierin worden de volgende aspecten beschreven:

  • Welke maatregelen hebben op welke plaatsen en tijdstippen plaatsgevonden (dit kan het best op kaarten gebeuren)?
  • Beschrijving en vermelding van bijzondere omstandigheden in het betreffende jaar.
  • Registratie van mensuren en gemaakte kosten.

In bijlage 6 staat meer informatie over het opstellen van een plan voor monitoring en evaluatie, en welke gegevens verzameld kunnen worden.