0

Wilt u deze kennis delen met collega's? Klik dan hier om uw collega's uit te nodigen.

hoofdstuk: Bijlage 7 Vergelijken van kosten

1 Inleiding

1 Inleiding

Bij de keuze van de oeverinrichting en -constructie spelen de kosten en baten een grote rol. De kosten van oevers zijn goed te kapitaliseren. Als bij het ramen van de kosten ook rekening gehouden wordt met afgeleide kosten, zoals het saneren van waterbodems of gebruikte materialen, wordt de kostenraming aanzienlijk complexer. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben er toe geleid, dat oevers meerdere (andere) functies dienen te vervullen. Veel baten van natuurvriendelijke oevers zijn immaterieel (natuur, landschap, recreatie en waterkwaliteit). Deze baten zijn subjectief en niet te kapitaliseren. De waarde van natuur en landschap is daarentegen evident. Een kosten-baten-analyse is niet langer voldoende, er is een maatschappelijke evaluatie nodig. In bijlage 8 wordt daarom een afwegingsmethodiek gepresenteerd die voor dat doel bruikbaar is. Aan de hand van de hier gepresenteerde kosten-baten-analyse is vast te stellen of bepaalde varianten hogere kosten met zich mee brengen en zo'ja, in welke orde van grootte deze kosten zullen liggen. De resultaten kunnen worden gebruikt in de afwegingsmethodiek zoals gepresenteerd in bijlage 8.

De uitgaven voor een oeverconstructie bestaan uit eenmalige aanlegkosten en periodiek terugkerende onderhoudskosten. Over het algemeen zal gelden, dat bij hoge aanlegkosten gerekend mag worden op lage onderhoudskosten en dat andersom, bij lage aanlegkosten, hoge onderhoudskosten te verwachten zijn. De optimalisatiefilosofie gaat ervan uit, dat er tussen deze beide uitersten een optimum bestaat, met in acht name van de levensduur van een constructie, waarbij de som van de aanleg- en de onderhoudskosten over een lange periode het geringst is.

Een element dat de kosten-baten-analyse verstoort, is het huidige financierings- en subsidiebeleid, waarin aan lagere overheden alleen subsidie wordt gegeven op aanleg- en niet op onderhoudskosten. Beheerders van rijkswateren krijgen jaarlijks een budget toegewezen voor de aanleg van oevers. Daarnaast wordt bij meerjarenramingen door het Rijk geen rekening gehouden met rente. Dit leidt er vaak toe, dat beheerders er naar streven dure, technisch hoogwaardige, vaak natuur-onvriendelijke oeverconstructies uit te voeren. Dit om de onderhoudskosten zoveel mogelijk te beperken. Als gevolg van deze privaat-economische afwegingen kunnen op lokale schaal macro-economische belangen worden doorkruist.
Met de budgettering en subsidies en hun invloed op de beslissingen van beheerders wordt in deze bijlage geen rekening gehouden.