0

publicatie: Rapport 202 Natuurvriendelijke oevers; oeverbeschermingsmaterialen

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Natuurvriendelijke oevers

1.1 Natuurvriendelijke oevers

Op de grens van land en water hebben oevers primair een waterkerende functie. Bij natuurvriendelijke oevers wordt daarnaast nadrukkelijk rekening gehouden met flora. fauna en het landschap. Dat geldt dan zowel bij de aanleg van de oever. als bij de inrichting en het onderhoud. Daarbij wordt ook zoveel mogelijk gedaan aan het voldoen aan de wensen en eisen die andere functies (bijvoorbeeld recreatie en landbouw) aan de oevers stellen.
Natuurvriendelijke oevers zijn niet onder een noemer te vatten. Er is een breed scala aan mogelijkheden. materialen en constructies om de oever de gewenste functie(s) te geven en te laten houden. Het meest geschikte type natuurvriendelijke oever is sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden als type watergang, golfaanval, type water (zoetlbrak/zout). mate van scheepvaart en de beschikbare ruimte. Ook de wensen en eisen van de dieren en planten in de omgeving zijn bij de keuze voor het type oever van belang. De mate waarin een oever als natuurvriendelijk wordt beschouwd is niet eenduidig te definieren. Een oever zou natuurvriendelijker kunnen worden genoemd naarmate meer groepen dieren, planten en processen uit de ter plaatse thuis horende oeverlevensgemeenschap er voordeel van ondervinden.

Basisprincipe bij een natuurvriendelijke oever is dat deze. binnen de waterkerende randvoorwaarden. een zo klein mogelijke belemmering vormt voor de overgang van water naar land. Dit resulteert er in dat dieren. planten en processen zoveel mogelijk hun natuurlijke gang kunnen gaan.

In natuurvriendelijke oevers kan een grove tweedeling worden aangebracht. Enerzijds zijn er technische ingrepen die de mate van natuurvriendelijkheid bepalen. Daarbij kan gedacht worden aan zogenaamde plasbermen, fauna-uitreeplaatsen, toepassing van vooroevers en dergelijke. Anderzijds is de materiaalkeuze bepalend voor de mate van natuurvriendelijkheid. Toepassing van het ene materiaal vormt nauwelijks een belemmering voor flora en fauna terwijl een ander materiaal, zelfs met veel technisch vernuft. een grote belemmerende werking blijft houden. Deze publicatie gaat in op deze materiaalkundige aspecten.

1.2 Publicatie "oeverbeschermingsmaterialen"

1.2 Publicatie "oeverbeschermingsmaterialen"

In deze publicatie is van 33 bouwstoffen/materialen informatie verzameld over hun eigenschappen in waterbouwkundige, milieutechnische en ecologische zin. Dit rapport vormt een onderdeel van de publicatiereeks 'Natuurvriendelijke oevers', maar is ook zelfstandig bruikbaar bij de keuze van oeverbeschermingsmaterialen. De oeverbeschermingsconstructie moet niet worden afgeleid uit de hier gepresenteerde informatie, maar uit het analyse- en beoordelingsproces (keuzeproces) beschreven in het handboek Natuurvriendelijke Oevers: aanpak en toepassingen CUR-publicatie 200. Als volgens dit keuzeproces materiaal nodig blijkt. kan uit de hier verzamelde informatie worden afgeleid welk materiaal het beste kan worden gebruikt. Bij toepassing van grand gaat daarbij de voorkeur uit naar schone grond of categorie 1 bouwstoffen uit het Bouwstoffenbesluit.

Met de toepassing van dit keuzeproces wordt invulling gegeven aan de basisprincipes van de natuurvriendelijke oevers, waarbij deze zoveel mogelijk voldoen aan de wensen van de aanwezige flora en fauna.

De studie heeft zich gericht op het vergaren van de huidige kennis op het gebied van genoemde materialen. Dit is gebeurt door bestudering van literatuur en het raadplegen van gegevens die verstrekt zijn door de leveranciers en fabrikanten van de diverse materialen. Naast deze gegevens is gebruik gemaakt van de bij de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van de Rijkswaterstaat aanwezige kennis en literatuur.

Het zwaartepunt van de studie heeft gelegen op de milieu- en ecologische aspecten van het materiaalgebruik. In dit licht wordt een uitputtende behandeling van de waterbouwkundige aspecten (constructieve, uitvoerings- en onderhoudstechnische) dan ook niet op zijn plaats geacht; hierover is al zeer veel kennis aanwezig die eenvoudig toegankelijk is. Beschrijving van de waterbouwkundige aspecten van de materialen heeft zich daarom zoveel mogelijk toegespitst op bijzondere aandachtspunten en karakteristieke aspecten van de materialen.

1.3 Leeswijzer

1.3 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de systematiek van de uitwerking toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van de voor het gebruik van de materialen van belang zijnde wetgeving en het overheidsbeleid. In hoofdstuk 4 is de uitwerking gegeven van de 33 materialen.

De tabel in bijlage 1 geeft een overzicht van materiaalkeuzemogelijkheden in oevers van diverse watertypen. Voor een bepaald watertype kunnen zo de in aanmerking komende materialen worden vergeleken. De tabel dient niet als vervanging van de informatie uit hoofdstuk 4, maar eerder als samenvatting om een eerste indruk te krijgen van de constructieve en de ecologische aspecten. De tabel moet dan ook niet zonder de uitgebreide productinformatie worden gebruikt.