0

publicatie: Onderzoek en beoordeling van funderingen op staal

1 Doelstelling

1 Doelstelling

Deze richtlijn heeft tot doel de uniformiteit en objectiviteit van het onderzoek aan funderingen op staal onder bebouwing te waarborgen. Hiermee wordt ook de uniformiteit van kwaliteitsbeoordeling en toetsing van funderingen in Nederland vergroot. Hiertoe zijn beschikbare technieken beschreven voor het uitvoeren van funderingsonderzoek aan gebouwen en zijn criteria gegeven om tot eenduidige benamingen van waarnemingen en een kwaliteitsbeoordeling te komen. Aangegeven wordt hoe een vertaling gemaakt kan worden naar de funderingstechnische handhavingstermijn.

Funderingen op staal zijn vaak ruim voor de huidige regelgeving gerealiseerd. Daarom wordt een van de huidige regelgeving afwijkende systematiek gegeven om tot een funderingstechnische handhavingstermijn te komen.

Deze richtlijn voorziet in de beoordeling van het functioneren van de fundering. De beoordeling voor het gebruik van het bouwwerk valt niet onder deze richtlijn.

TOELICHTING Doelstelling
Voor het beoordelen van het functioneren van een bestaande fundering is informatie nodig die soms moeilijk te verkrijgen en lastig te interpreteren is. Deze richtlijn geeft eenduidige benamingen voor de noodzakelijke informatieonderdelen waardoor een objectieve analyse kan worden uitgevoerd om tot een beoordeling van een fundering te komen. Een deel van de informatie is direct toetsbaar aan geldende normen. Een ander deel echter niet omdat deze funderingsconstructies aangelegd zijn in een periode dat er nog geen regelgeving en toetsing bestond. Op basis van het Bouwbesluit – Bestaande Bouw (VROM 2005) voldoet een fundering vaak niet en een beoordeling volgens Bouwbesluit leidt dan te snel tot afkeur, terwijl uit ervaring is gebleken dat in goede staat verkerende funderingen een aanzienlijke handhavingstermijn hebben. De theorie van het Bouwbesluit is hierdoor niet goed bruikbaar in de praktijk.

Funderingen van vóór 1900 zijn vaak empirisch ontworpen, waarbij nog geen sonderingen, grondboringen en geotechnische berekeningen van de draagkracht werden gemaakt. De vorm (funderingsbreedte en aanlegdiepte) werd vastgesteld op basis van ervaring in de directe omgeving en beperking in diepte door toestromend water. Als de grond waarop gefundeerd werd te slap was, kon er een grondverbetering worden uitgevoerd of werd de grond aangestampt. Een drukverdelende constructie, veelal bestaand uit een of meer lagen houten balken, werd gebruikt om de basis van de fundering te leggen. De gebrekkige rekenkundige onderbouwing heeft tot gevolg dat oude funderingen vaak zakking vertonen, hetgeen moeilijk verenigbaar is met de huidige normen.