0

publicatie: Onderzoek en beoordeling van funderingen op staal

Voorwoord

Voorwoord

De fundering is het deel van een constructie dat de belasting vanuit een bouwwerk overdraagt aan de ondergrond. Deze constructie kan ondiep zijn aangelegd (op geringe diepte onder het maaiveld) of op een lager niveau zijn uitgevoerd (bijvoorbeeld met palen). Tot het einde van de 13e eeuw werd er uitsluitend ondiep gefundeerd. Aan het eind van de 13e eeuw werden er roosterfunderingen met korte houten paaltjes toegepast, welke ook tot de ondiepe funderingen gerekend kunnen worden. In de 16e eeuw werden de eerste paalfunderingen "op stuit" toegepast. In deze richtlijn worden de ondiepe funderingen (op staal) behandeld, zoals (zie bijlage A):

  • Funderingen op staal, strook of plaatfundering / poeren (stiepen).
  • Roosterwerken met of zonder slieten.

Het onderzoek en beoordeling van paalfunderingen worden in de F3O richtlijn Onderzoek en beoordeling van houten paalfunderingen onder gebouwen behandeld.

Bij een fundering op staal kan de funderingsconstructie direct op de ontgraven grond zijn aangebracht of op een grondverbetering (verdicht grondpakket - zie bijlage A afb. A1 t/m A3), al dan niet voorzien van een werkvloer. In deze richtlijn worden de onderzoeksmethoden en beoordelingen van deze funderingen op staal belicht, waarbij het niet alleen van belang is inzicht te krijgen over de bodemopbouw (samenstelling van de grond waarop is gefundeerd) en waterhuishouding, maar ook van de samenstelling van de funderingsconstructie zelf (is er bijvoorbeeld alleen metselwerk toegepast of is er ook een houten laag in de fundering aanwezig).

Schade aan gebouwen met een fundering op staal kan ook veroorzaakt worden door natuurlijke zetting of invloeden van buitenaf, zoals bewegingen van grondlagen door bouwkuipen, terreinophogingen en/of beïnvloeding van de grondwaterstand. Een funderingsherstel is dan vaak noodzakelijk. Een dergelijk herstel is kostbaar en kan grote (financiële) consequenties hebben voor de eigenaar van een bouwwerk.

Het is daarom van belang om de opbouw (de afmetingen) en de kwaliteit (het materiaal) van een fundering te kennen, ook als er in de omgeving van een bouwwerk werkzaamheden in de grond worden uitgevoerd, welke invloed kunnen hebben op de fundering of grond. Een dergelijk onderzoek met beoordeling van de materialen kan worden uitgevoerd aan de hand van deze richtlijn. Gebouwen met een fundering op staal komen in Nederland veelvuldig voor. Naast de richtlijn over onderzoek naar funderingen met houten heipalen geeft ook deze richtlijn een objectieve beoordelingssystematiek. De brancheorganisatie F3O heeft het initiatief genomen deze richtlijn uit te brengen, omdat het funderingsonderzoek vaak over constructies gaat die thans minder gangbaar zijn en buiten de bestaande regelgeving valt en waarvan de beoordeling een specifieke en complexe zaak is.

Deze richtlijn is opgesteld en getoetst door een interdisciplinair team van wetenschappers en praktijkmensen. Door deze samenstelling is de meeste actuele kennis beschikbaar gekomen om het complex van interacties tussen bouwwerk, fundering en bodem in een werkbare richtlijn om te zetten. Binnen het onderzoek en beoordeling van funderingen is deze richtlijn (voor funderingen op staal onder gebouwen) de tweede uit een serie van richtlijnen voor funderingsonderzoek. Bij de samenstelling van deze richtlijn zijn er diverse voorbeelden uit de praktijk van "afwijkende" funderingsgevallen ter sprake gekomen. Voor enkele voorbeelden van uitgevoerde funderingsonderzoeken wordt verwezen naar de website van F3O: www.F3O.nl/voorbeelden.

Bij de totstandkoming van deze richtlijn is met een open structuur gewerkt. De commissieleden hebben zich vrijwillig aangemeld uit de leden van F3O. Onder voorzitterschap van een F3O bestuurslid heeft de commissie de richtlijn opgesteld en is deze ter goedkeuring voorgedragen aan alle leden en participanten van F3O. Na verwerking van de kritiek is de richtlijn bekrachtigd door het bestuur. Jaarlijks wordt de richtlijn geëvalueerd door de commissie. Wijzigingsvoorstellen worden aan de ledenvergadering voorgelegd ter goedkeuring. Na goedkeuring wordt de richtlijn aangepast.

Namens de F3O commissie,

  • André Opstal, Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam (voorzitter)
  • Jan-Willem Oome, Techniek en Methode
  • Jasper Vosdingh Bessem, Fugro GeoServices
  • André de Prouw, Constructiebureau de Prouw