0

publicatie: Ontwerprichtlijn Reflecterende isolatie

1 Inleiding

1 Inleiding

Het werkingsprincipe van reflecterende isolatie is niet nieuw. Al heel lang is immers bekend dat warmteoverdracht in scheidingsconstructies plaatsvindt door geleiding (conductie), stroming (convectie) en straling (radiatie). Dit principe is vooral van belang bij scheidingsconstructies die een spouw bevatten. Al in de jaren zestig publiceerde de toenmalige Stichting Bouwresearch het boekje Warmte-isolatie en ventilatie van muren en daken (SBR publicatie 11, 1968), waarin de combinatie van de drie warmtetransportmechanismen voor een luchtspouw wordt beschreven, zoals aangegeven in figuur 1-1.

Figuur 1-1 Warmteoverdracht in een luchtspouw door combinatie van geleiding, stroming en straling (SBR publicatie 11, 1968)
t = totaal; s = straling; c = convectie; g = geleiding

Reflecterende folies werden al in het begin van de vorige eeuw gebruikt als isolatie, overigens voornamelijk in de installatiewereld, lang voordat de huidige traditionele isolatiematerialen als minerale wol en kunststofschuim op de markt kwamen (Hendriks, 2008). Het heeft echter lang geduurd voordat reflecterende isolatie serieus in de bouw toepassing begon te vinden. Zo kwamen ongeveer 30 jaar geleden de zogenoemde thermokussens in Nederland op de markt; deze werden in eerste instantie vooral gebruikt als vloerisolatie in de kruipruimte. Dit product bleef jarenlang het enige type reflecterende isolatie in de Nederlandse bouw.
De werking van reflecterende isolatie berust op het verhinderen van warmteoverdracht door straling. Het effect van reflecterende isolatie is dan ook theoretisch het grootst onder vacuümomstandigheden, aangezien daarbij de warmteoverdracht uitsluitend door straling tot stand komt. Het is dan ook geen wonder dat reflecterende coatings en folies vooral in de ruimtevaart zeer effectief zijn. Dat imago (NASA-technologie) was een belangrijk marketingargument toen omstreeks tien jaar geleden meerdere typen reflecterende folies, al dan niet in meerdere lagen (multifoils), op de markt kwamen. Een ander belangrijk verkoopargument was (en is dat nog steeds, zij het in mindere mate) dat de isolerende werking van reflecterende isolatie niet te meten of te berekenen zou zijn volgens de gebruikelijke methoden. Op grond hiervan kwamen sommige fabrikanten met claims dat de warmteweerstand van multifoils wel zo'n drie keer hoger zou zijn dan die van een traditioneel materiaal als glaswol bij gelijke dikte. Deze claims waren gebaseerd op in-situ-onderzoek aan testhuisjes, waarbij de thermische prestatie, in de vorm van energiebesparing, van een huisje met multifoil werd vergeleken met die van een huisje met glaswol. Deze claims, gebaseerd op 'wetenschappelijk onderzoek', zorgden voor grote commotie in de isolatiewereld, wat uiteindelijk zelfs tot diverse rechtszaken leidde.

Inmiddels staat vast dat de onwaarschijnlijk grote thermische prestaties van bepaalde multifoils prima te verklaren zijn uit een onjuiste interpretatie van de geregistreerde meetwaarden.
De interpretatie kwam er namelijk op neer dat de energiebesparing bij een huisje met goed uitgevoerde multifoil werd vergeleken met die van een huisje met een (onbewust) minder goed uitgevoerde glaswolisolatie. Latere metingen, onder andere door het Fraunhofer-Institut (Schade, 2008) en BDA Keuringsinstituut (Hendriks en Van der Meijden, 2010), waarbij onder meer grote aandacht is gegeven aan het zorgvuldig uitvoeren van de glaswolisolatie en de luchtdichtheid van de totale constructie, laten zien dat de thermische prestaties van beide isolatievormen goed overeenkomen met hetgeen te verwachten is op grond van laboratoriummetingen en genormaliseerde berekeningen.

Figuur 1-2 Testhuisjes voor in-situ-onderzoek aan reflecterende isolatie (multifoil) in vergelijking met traditionele isolatie (Hendriks en Van der Meijden, 2010).

Dit alles wil niet zeggen dat reflecterende isolatie geen interessante optie is. Integendeel, reflecterende isolatie wil zeggen dat een relatief eenvoudig product zoals een multifoil zijn thermische prestatie voor een belangrijk deel haalt uit de combinatie met (ongeventileerde) luchtspouwen. Dit heeft er zelfs toe geleid dat in de nieuwe Europese voornorm (prEN 16012, 2010) aan de fabrikant van dergelijke producten de mogelijkheid wordt geboden de zogenoemde 'Manufacturer's Declared Value' (MDV) van het product te geven, in combinatie met een of twee luchtspouwen met een minimumdikte van 25 mm.

Deze ontwerprichtlijn is vooral bedoeld om duidelijkheid te brengen inzake het bepalen van de thermische prestatie van gevels, daken en vloeren, waarin reflecterende isolatie, al dan niet in combinatie met traditionele isolatie, is opgenomen. De opbouw van de richtlijn is zodanig dat eerst een nadere uitleg over het werkingsprincipe en een overzicht van de soorten reflecterende isolatie wordt gegeven, en vervolgens een samenvatting van de stand van de techniek, met bijzondere aandacht voor de bepaling van de emissiviteit. Daarna wordt ingegaan op de bouwfysische aspecten met berekeningsmethoden en wordt ingegaan op de duurzaamheid, waarna de aandachtspunten bij het ontwerp en aanwijzingen bij de uitvoering aan de orde komen. De brochure wordt afgesloten met bouwkundige details en praktijkvoorbeelden.
Juist deze laten zien welke interessante mogelijkheden reflecterende isolatie biedt voor inventieve oplossingen bij het isoleren van gevels, daken en vloeren.

In bijlage A is een overzicht opgenomen van de gebruikte terminologie en definities, en van de gebruikte symbolen en bijbehorende eenheden.
Bijlage B bevat een beschrijving van een specifieke meetmethode voor de bepaling van de warmteweerstand van reflecterende isolatie in combinatie met luchtspouw(en), bijlage C geeft een aantal bouwkundige details en bijlage D enige rekenvoorbeelden.
Ten slotte bevat bijlage E informatie over de (indicatieve) emissiecoëfficiënten van diverse bouwmaterialen.

Reflecterende isolatie mag dan wel al heel lang bestaan, het is duidelijk dat deze isolatievorm een nieuw innovatief leven is begonnen.