0

publicatie: Ontwerprichtlijn Zwelbelasting op funderingen

Voorwoord

Voorwoord

Sinds 1991 is in NEN 6743 een rekenmethode voor bepaling van zwelbelasting op funderingspalen opgenomen. In 2006 is een update van NEN 6743-1 uitgekomen, zonder wijziging van de rekenmethode voor zwelbelasting op palen. In de Eurocode 7 is bij de Nederlandse aanvullende bepalingen voor het geotechnisch ontwerp (NEN 9997-1) eveneens dezelfde rekenmethode overgenomen. De rekenmethode in NEN 6743-1 is een conservatieve methode die leidt tot hoge zwelbelasting op de funderingspalen. In de praktijk wordt deze methode daarom zelden toegepast. Dat leidt tot verwarring, omdat elke aanbieder in een tenderfase anders omgaat met zwel en dus tot een andere aanbieding komt. Dat maakt het niet alleen onduidelijk voor de opdrachtgever, maar ook voor het bevoegd gezag (Bouw- en Woningtoezicht).

Vanaf die tijd is nieuwe kennis en ervaring opgedaan. De rekenmethode uit NEN 6743-1, overgenomen in NEN 9997-1, sluit niet aan op de huidige kennis en ervaring met betrekking tot zwelbelasting op funderingen. Gezien de huidige stand van zaken is een nieuwe ontwerprichtlijn voor bepaling van zowel zwelbelasting op funderingspalen als zwelbelasting op funderingsvloeren en beschouwing van onderlinge interactie noodzakelijk, waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe kennis en ervaring van de afgelopen 10 jaar.

In 2012 is CUR-commissie C202 van start gegaan met als doelstelling een ontwerprichtlijn voor zwelbelasting op funderingen te realiseren. Daarbij is beoogd dat dit op termijn moet leiden tot aanpassing van de aanvullende bepalingen voor de berekeningsmethode voor de zwelbelasting op palen en funderingsvloeren als gevolg van zwelling van de grond in Eurocode 7 (NEN 9997-1).

Met deze Ontwerprichtlijn zwelbelastingen op funderingen krijgt de sector de beschikking over een richtlijn die enerzijds meer aansluit op de huidige kennis en ervaringen en die anderzijds een meer eenduidige aanpak van de berekening van zwelbelastingen aangeeft.

SBRCURnet-commissie C202 heeft bestaan uit deskundigen van opdrachtgevers, opdrachtnemers, kennisinstituten en geotechnische adviesbureaus. De samenstelling van de commissie was als volgt:

ir. H.R.E. Dekker (voorzitter) Rijkswaterstaat GPO
ing. E.A. Kwast (secretaris/rapporteur) Kwast Consult
ir. M.G.J.M. Peters (eindredactie/rapporteur) Grontmij Nederland B.V.
ing. A. Jonker, coördinator SBRCURnet
mw. ir. B.M. Berkhout (t/m 2013) COB
ing. A. Feddema Volker InfraDesign
ir. T.W. Groeneweg (vanaf 2014) COB
ir. H.R. Havinga Deltares
ir. F.J.M. Hoefsloot Fugro GeoServices
ir. J. de Jongh Heijmans
ir. B.P.H van Paassen BAM Infraconsult
ir. R.R.E. Vervoorn Witteveen+Bos
ir. D. Wilschut Gemeente Rotterdam
ir. J. Regtop, corresp. lid Ballast Nedam Engineering

De redactie van het handboek is verzorgd door ir. M.G.J.M Peters (Grontmij Nederland B.V.) en ing. E.A. Kwast (Kwast Consult).

Ten behoeve van de ontwikkeling van deze richtlijn zijn financiële bijdragen ontvangen van:

Fonds Collectief Onderzoek GWW
Rijkswaterstaat, GPO
Grontmij Nederland B.V.
Kwast Consult

SBRCURnet spreekt haar dank uit aan deze instanties, alsmede aan de leden van de commissie, die met hun inzet hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze publicatie.

Fred Jonker, Programmamanager Geotechniek en Bodem

Rotterdam, september 2014