0

publicatie: Rapport 185 Secundaire toeslagmaterialen in beton

Voorwoord

Voorwoord

Maatschappelijke ontwikkelingen en het beleid van de Nederlandse overheid maken het gebruik van zo veel mogelijk secundaire materialen in een bij voorkeur zo hoogwaardig mogelijk toepassingsgebied wenselijk. Toeslagmateriaal voor beton is zo'n hoogwaardige toepassing.
CUR-commissie B 38 "Toepassing van altematieve materialen in beton" onderzocht de geschiktheid als toeslagmateriaal voor beton van vijf materialen. Het betrof jarosietslakken, beton-, metselwerk- en menggranulaat, AVI-bodemas, fosforslakken en staalslakken. Omdat het gaat om materialen die worden verkregen uit reststoffen van productie- of bouwprocessen, wordt veelal gesproken van "secundaire" materialen.

Vijf werkgroepen hebben ieder een soort toeslagmateriaal onderzocht:
- werkgroep 1 "Jarosietslak";
- werkgroep 2 "Puingranulaten";
- werkgroep 3 "AVI-slak";
- werkgroep 4 "Fosforslak";
- werkgroep 5 "Staalslak".
Tijdens het onderzoek ontstond behoefte aan aanvullend onderzoek naar een beproevingsmethode voor het bepalen van de vorst-dooizoutbestandheid van beton met secundair toeslagmateriaal. Hiervoor werd de zesde werkgroep "Vorst-dooizoutbestandheid" in het leven geroepen.

Het onderzoek voor de werkgroepen 1, 3 en 4 werd uitgevoerd door Intron, Instituut voor materiaal- en milieu-onderzoek B.V. TNO Bouw voerde het onderzoek uit voor de werkgroepen 3 en 5. Het onderzoek van werkgroep 2 is hoofdzakelijk uitgevoerd door DHV AIB B.V. Pelt en Hooykaas B.V. en Hoogovens B.V. droegen bij aan respectievelijk de werkgroepen 4 en 5.
De resultaten van de onderzoeken dienden mede als grondslag voor de voorschriftencommissies 12 "Beton" en 13 "Toeslagmaterialen".

De onderzoekresultaten van de verschillende werkgroepen zijn samengebracht in dit rapport. Hoofdstuk 3 werd opgesteld door ir. J.G.A. VAN HULST, hoofdstuk 7 door dr. W.M.M. HEIJNEN en hoofdstuk 4 door ir. R. VAN SELST. Hoofdstuk 5 en 6 zijn opgesteld door dr.ir. G.J.L. VAN DER WEGEN die tevens zorgde voor de integratie van alle hoofdstukken in één rapport dat werd bewerkt door ir. C.A. VAN DER STEEN.

De resultaten van werkgroep 2 "Puingranulaten" worden in dit rapport slechts beknopt weergegeven. Een uitgebreider verslag is terug te vinden in CUR-Rapport 96-5 "Beton met beton- en metselwerkgranulaat. Praktijkervaringen" [1].

De resultaten van werkgroep 6 "Vorst-dooizoutbestandheid" worden in dit rapport niet besproken maar zijn terug te vinden in twee werkrapporten van de commissie [2].

Op moment van verschijnen van deze publicatie was de samenstelling van de commissie B 38 "Toepassing van alternatieve materialen in beton" en de werkgroepen als volgt:


Commissie B 38 "Toepassing van altematieve materialen in beton"
 
drs. C.F. VAN DER SCHAAF, voorzitter  Ch. KAMPHUIS 
ing. D.W. EERLAND, secretaris  drs. C.P. VAN DER SCHAAF 
R.J. ALBLAS  A.Th.F. WENTHOLT 
dr. R.F.M. BAKKER  ing. J. DE VRIES, corresponderend lid 
ir. PM.C.B.M. COOLS 
ing. PJ. VAN HELDEN  Werkgroep 3 "AVI-slak"
ir. J.G.A. VAN HULST  ir. D. STOELHORST, voorzitter 
Ch. KAMPHUIS  ing. P. LEENDERS, secretaris 
ing. P. LEENDERS  drs. C.P. VAN DER SCHAAF 
G. RIETVELD  ing. A.Th.A. SMULDERS 
ing. A.Th.A. SMULDERS  ir. P.D. STEIJAERT, rapporteur 
ir. D. STOELHORST  dr.ir. G.J.L. VAN DER WEGEN, rapporteur 
P. VAN DE WETERING 
prof.dr. l. BIJEN, rapporteur  Werkgroep 4 "Fosforslak"
ir. P.D. STEIJAERT, rapporteur  ir. M. VAN KAMPEN, voorzitter 
ir. J.P.G. MIJNSBERGEN, coordinator  drjr. G.J.L. VAN DER WEGEN, secretaris 
prof.ir. P.C. KREIJGER, mentor  en rapporteur 
met medewerking van: 
Werkgroep 1 "Jarosietslakken" F. VAN DAM 
ing. C.A. KORTLAND, voorzitter  W.A. DIELEMAN 
prof.dr. J. BIJEN, secretaris en rapporteur 
ing. A. BARENDREGT  Werkgroep 5 "Staalslak"
ir. R.O. BOHMANN  dr. R.F.M. BAKKER, voorzitter 
ir. R.O. KOCH  ir.drs. M.C. FRANKEN, secretaris 
ing. G.J. LAAN  ing. A. BARENDREGT 
ing. P. LEENDERS  drs. E. VEGA 
ir. M.R. MOENS  drjr. G.J.L. VAN DER WEGEN 
dr.ir. P.J.H. SCHEEREN  dr. W.M.M. HEIJNEN, rapporteur 
Werkgroep 2 "Puingranulaten" Werkgroep 6 "Vorst-dooizoutbestandheid"
ing. D.W. EERLAND, voorzitter  dr. R.F.M. BAKKER, voorzitter 
ing. l.L. POPPELIER, secretaris  ir. R. VAN SELST, secretaris en rapporteur 
ing. M.A. BAKKER  ir. P.D. STEIJAERT, rapporteur 
ir. J.G.A. VAN HULST  ing. H.J. VAN WEESEP, rapporteur 

De CUR spreekt haar dank uit aan de Vereniging van Producenten en Importeurs van Wegen- en Waterbouwmaterialen, de Vereniging van exploitanten van afvalverbrandingsinstallaties in Nederland, de Rijksgebouwendienst, de Vliegasunie B.V., de Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval, de Vereniging van Ondernemingen van Betonmortelfabrikanten in Nederland, de Stichting AIgemene Bouwdoeleinden Waterbouw, de Bouwdienst Rijkswaterstaat, het ministerie van Economische Zaken, het ITABB, de Vereniging Nederlandse Cementindustrie en Budelco B.V. voor de financiële bijdragen die dit onderzoek mede mogelijk hebben gemaakt.

juli 1996 Het bestuur van de CUR