0

publicatie: Rapport 2005-4 Inspecteren en beoordelen van betonconstructies waarin ASR wordt vermoed of is vastgesteld

Voorwoord

Voorwoord

Toen in 1996 CUR-onderzoekcommissie C 106 "Constructieve aspecten van alkali-silicareactie in betonconstructies" werd geïnstalleerd, had niemand verwacht dat het ruim 9 jaar zou duren voordat CUR-Aanbeveling 102 het levenslicht zou zien. Het beoordelen van schade aan een constructie en dan met name de constructie gevolgen daarvan, bleek een weerbarstig onderwerp. Bovendien was sprake van voortschrijdend inzicht en leverden ook andere onderzoeken steeds nieuwe inzichten op.
Uiteindelijk heeft de commissie zich toch in een compromis kunnen vinden, in de wetenschap dat er nog veel meer is te onderzoeken, maar dat het na vele jaren goed is de resultaten naar buiten te brengen.

CUR-Aanbeveling 102 "Inspecteren en beoordelen van betonconstructies waarin ASR wordt vermoed of is vastgesteld" kent op hoofdlijnen een tweedeling. De Aanbeveling geeft heldere kaders waarbinnen afspraken gemaakt kunnen worden over de vormen van onderzoek. Door de klasse-indeling in de Aanbeveling is het voor alle partijen duidelijk wat een bepaald onderzoek omvat en hoe dit moet worden uitgevoerd. De constructieve beoordeling, met name het vaststellen of sprake is van mogelijke constructieve gevolgen, wordt opgehangen aan een zogenoemd "lage treksterktecriterium". Op grond hiervan kan nader constructief onderzoek wenselijk zijn. Er was veel discussie en verschil van inzicht, of inzicht ontbrak ten aanzien van dit constructief onderzoek, en met name de te hanteren formules. Aan de formules in de Aanbeveling heeft slechts een beperkt aantal laboratoriumproeven ten grondslag gelegen. Dit heeft ertoe geleid dat het toepassen van de rekenregels aan voorwaarden is gebonden.

In dit achtergrondrapport wordt op een aantal discussiepunten ingegaan. Tevens zijn rekenvoorbeelden opgenomen en praktijkvoorbeelden uitgewerkt.

Ten tijde van de publicatie van dit CUR-rapport was CUR-onderzoekscommissie C 106 als volgt samengesteld:

ir. J.D. Bakker, voorzitter Bouwdienst Rijkswaterstaat
ir. C.A. van der Steen, secretaris/rapporteur TechnoConsult B.B.
ir. G. Chr. Bouquet ENCI
dr. M.A.T.M. Broekmans, corresponderend lid Geological Survey of Norway
ing. J. Dudar Provincie Noord Brabant
ir. J. Hartogsveld* Gemeente Den Haag
ing. N. Kaptijn* Bouwdienst Rijkswaterstaat
ir. E.J.C. Rademaker Nebest B.V.
ir. R. van Selst Intron B.V.
ir. A.J.M. Siemes* TNO Bouw
dr.ir. C. van der Veen* TU-Delft
drs. E. Vega, coördinator CUR
W. Buist, mentor CUR

Het constructieve deel van de Aanbeveling is voorbereid door een constructeurswerkgroep, bestaande uit de hiervoor met * aangeduide commissieleden, aangevuld met:

ir. G.G.A. Dieteren Bouwdienst Rijkswaterstaat
ir. U. Förster Bouwdienst Rijkswaterstaat
ir. F.B.J. Gijsbers TNO Bouw
dr.ir. E. Schlangen Intron BV/TU-Delft
ir. J.A. den Uijl TU-Delft

Verder leverde ir. A.J. Wubs (TNO Bouw) een belangrijke bijdrage aan het tot stand komen van de rekenregels in de Aanbeveling.

De CUR spreekt haar dank uit aan de Bouwdienst Rijkswaterstaat die met een directe financiële bijdrage het onderzoek en het opstellen van dit rapport mogelijk heeft gemaakt.

oktober 2005 Het bestuur van de CUR