0

publicatie: Rapport 2006-3 Recyclingbrekerzand en fijne fractie beton- en menggranulaat als toeslagmateriaal voor beton

1 Inleiding

1 Inleiding

1.1 Aanleiding en achtergronden

1.1 Aanleiding en achtergronden

De bouwtraditie in de Nederlandse betonwereld is gestoeld op de toeslagmaterialen grof zand en grind in de graderingen 0/4 mm, respectievelijk 4/16 of 4/32 mm. In de traditionele winningsgebieden staat de winning van deze toeslagmaterialen vanuit maatschappelijke, landschappelijke en ecologische belangen onder steeds grotere druk. Om de grondstoffenvoorziening voor beton en metselmortel in de toekomst veilig te kunnen stellen moet bijtijds naar alternatieven worden gezocht. Eén van de opties is de toepassing van secundaire zanden afkomstig van Bouw- en SloopAfval (BSA).
Naar aanleiding hiervan heeft de CUR op verzoek van Rijkswaterstaat onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid om fijn dicht toeslagmateriaal in constructief beton te vervangen door recyclingbrekerzand, al dan niet voor een beperkt toepassingsgebied.

Het onderzoek, in het kader van CUR-commissie B 69, heeft geresulteerd in CUR-rapport 98-6. Hierin werd geconcludeerd dat rivierzand kan worden vervangen door gewassen sorteer- of brekerzeefzand, zonder dat de onderzochte eigenschappen van de daarmee vervaardigde beton(specie) te sterk afnemen. tevens werd vastgesteld dat vervanging door (on)gewassen recyclingbrekerzand beperkt moet worden, gezien de geconstateerde afname van de druksterkte van beton met dit materiaal. geconcludeerd werd dat vervolgonderzoek nodig was naar de duurzaamheid en constructieve eigenschappen van beton met breker en zeefzand, teneinde regelgeving op te stellen.
sinds dit advies van CUR-commissie B 69 is de werkwijze bij bewerkingsinrichtingen voor bouw- en sloopafval echter veranderd; de fijne fractie van het aangeleverde bouw- en sloopafval wordt niet meer afgezeefd in het begin van het proces. De fijne fractie doorloopt nu dus het gehele proces en komt grotendeels in het recyclingbrekerzand terecht. brekerzeefzand als zodanig komt niet meer vrij.
Zowel gewassen als ongewassen sorteerzeefzand blijkt momenteel een dusdanig gehalte aan sulfaat te bevatten dat het niet voldoet aan de NEN-EN 12620/NEN 5905 waarin de eisen voor toepassing als toeslagmateriaal in beton zijn opgenomen. Als gevolg hiervan is onderzoek naar de constructieve eigenschappen en duurzaamheid van sorteerzeefzand in beton minder zinvol.
Van het door CUR-onderzoekscommissie B 69 voorgestelde vervolgonderzoek resteert dus alleen het recyclingbrekerzand (dat weliswaar brekerzeefzand bevat).
Om de gebruikers van recyclingbrekerzand de gewenste informatie te verschaffen over de consequenties van de vervanging van betonzand is CUR-commissie C 107C "Recyclingbrekerzand en fijne fractie beton- en menggranulaat" ingesteld.
Op verzoek van de producenten van BSA-granulaten zijn naast het recyclingbrekerzand nog twee andere fijne fracties meegenomen als (gedeeltelijke) vervanging van betonzand. Het betreft de (ongewassen) fracties betongranulaat 0/10 geproduceerd uit 100% gebroken betonpuin en de (ongewassen) fractie menggranulaat 0/10, geproduceerd uit minimaal 50% (V/V) gebroken betonpuin en maximaal 50% (V/V) gebroken metselwerkpuin.

1.2 Doelstelling

1.2 Doelstelling

Het onderzoek kent de volgende doelstellingen:

  • Het vaststellen van de invloed van (gedeeltelijke) vervanging van betonzand door recyclingbrekerzand en/of beton- of menggranulaat 0/10 op de constructieve eigenschappen en duurzaamheid van beton.
  • Het beschikbaar komen van een CUR-Aanbeveling, waarin is aangegeven op welke wijze de toepassing van recyclingbrekerzand en beton- of menggranulaat als fijn toeslagmateriaal binnen c.q. aanvullend op het kader van de Voorschriften Beton kan worden geregeld.

1.3 Afbakening

1.3 Afbakening

Met nadruk wordt erop gewezen dat dit rapport alleen een technische beoordeling betreft van de duurzaamheid en constructieve eigenschappen van beton met zanden uit BSA-granulaten. De financiële consequenties, alsmede de milieu-aspecten die bepaald worden door de toepassing van recyclingbrekerzand en/of inzet van beton- of menggranulaat, zijn in het onderzoek buiten beschouwing gelaten, maar kunnen wel invloed hebben op het gebruik van deze materialen. Eisen ten aanzien van het brandgedrag kunnen consequenties hebben voor de toepassing van dit soort materialen.

1.4 Leeswijzer en opbouw van het rapport

1.4 Leeswijzer en opbouw van het rapport

In dit rapport zijn de resultaten gegeven van de onderzoeken die binnen CUR-commissie C107C zijn uitgevoerd. In hoofdstuk 2 wordt de opzet van het onderzoek beschreven en in hoofdstuk 3 is de karakterisering van de toegepaste materialen weergegeven. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de resultaten van het betontechnologische vooronderzoek gerapporteerd. De invloed op de constructieve eigenschappen en de duurzaamheid van beton zijn weergegeven in hoofdstuk 5. De conclusies van het onderzoek zijn in hoofdstuk 6 opgenomen.