0

publicatie: Rapport 91-5 Doorbuiging van liggers van betongranulaatbeton

1 Inleiding

1 Inleiding

Binnen het kader van het onderzoekgebied "Constructieve consequenties van het construeren met alternatieve materialen", zijn de doorbuigingsaspecten van liggers vervaardigd van gewapend betongranulaatbeton vergeleken met die van liggers van gewapend grindbeton. De navolgende overwegingen lagen hieraan ten grondslag.

Zoals in CUR-rapport 125 [2] is beschreven, is het mogelijk om in constructief beton de gebruikelijke toeslagmaterialen grind en zand geheel of gedeeltelijk te vervangen door puingranulaten. In de navolgende beschouwing is uitgegaan van beton met betongranulaat (4 - 31,5 mm) als grof toeslagmateriaal en zand (0 - 4 mm) als fijn toeslagmateriaal. Met deze toeslagmaterialen kan momenteel beton tot en met sterkteklasse B 45 worden vervaardigd.

In NEN 3880 (VB 1974/1984) worden voor normaal grindbeton in hoofdstuk A-2 op basis van een gegeven karakteristieke kubusdruksterkte waarden gegeven voor een aantal eigenschappen. Voor een beton met andere toeslagmaterialen kan echter niet zonder meer van deze gegevens gebruik worden gemaakt, zoals bij voorbeeld blijkt uit deel G "lichtbeton" van NEN 3880. In CUR-rapport 125 zijn om deze reden van betongranulaatbeton aanvullende gegevens verstrekt. Deze gegevens zijn vastgesteld aan de hand van uitgevoerde kwalificatieproeven volgens deel G van NEN 3880.

Met betrekking tot betongranulaatbeton is in CUR-rapport 125 beschreven, dat de elasticiteitsmodulus lager is en de krimp en de kruip groter zijn, terwijl de overige eigenschappen vrijwel gelijk zijn aan die van grindbeton met dezelfde karakteristieke kubusdruksterkte. De afwijkingen van de drie genoemde eigenschappen hebben alle een vergrotende invloed op de doorbuiging van liggers. Door middel van een parameterstudie is nagegaan:

  • hoe groot deze invloed is, en
  • op welke wijze een doorbuiging kan worden verkregen die gelijk is aan die in geval van normaal grindbeton van gelijke karakteristieke kubusdruksterkte. Dit laatste is gedaan omdat in hoofdstuk A-401.2.3 van NEN 3880 eisen worden gesteld aan de doorbuiging van liggers.

Voor de nadere uitwerking van de studie heeft de commissie vooral gedacht aan in één richting dragende vloerelementen van gewapend beton, omdat deze elementen enerzijds eenvoudig zijn te dimensioneren en anderzijds een vrij aanzienlijk deel van het jaarlijks geproduceerde betonvolume vertegenwoordigen.