0

publicatie: Richtlijn Vegetatiedaken bestaande bouw

1 Inleiding

1 Inleiding

Al heel lang worden platte daken voorzien van zelfs complete tuinen. Denk maar eens aan de hangende tuinen van Babylon. Fraaie voorbeelden van ruim honderd jaar oud kan men onder andere in Londen en Sint-Petersburg vinden.

Toepassing van deze tuindaken was toen echter niet bedoeld om het levende materiaal te laten bijdragen aan de waterkering, maar vooral om die saaie platte dakvlakken te verfraaien en de op een bovenverdieping zo gemiste tuin ook hogerop te brengen. Groene daken beginnen daarom steeds meer aan populariteit te winnen. Dat is een langzaam proces geweest. Al in 1992 kwam de eerste druk uit van de SBR-publicatie Daken in 't groen, en de tweede druk volgde in 1997. De belangrijkste argumenten waren in de jaren '90 het feit dat groene daken esthetisch fraai kunnen zijn en kunnen bijdragen aan een ecologisch beter verantwoorde omgeving. Toen al was het zo dat Nederland een behoorlijk grote achterstand had op Duitsland, waar de ontwikkeling van groene daken veel eerder was ingezet dankzij een gericht subsidiebeleid. Bij de introductie van de derde druk van Daken in 't groen, in januari 2007, werd vastgesteld dat groene daken een belangrijke rol konden spelen in het 'meervoudig gebruik van het maaiveld' en dat er inmiddels grootschalige projecten tot stand waren gekomen van gebruiksdaken met daarop functies zoals wonen, sport en spel, recreatie, groenvoorziening en infrastructuur. Bovendien begon er belangstelling te komen voor de bijdrage die vegetatiedaken kunnen leveren aan het verminderen van wateroverlast in stedelijke gebieden, een functie die inmiddels in Duitsland al heel gebruikelijk was.

De mogelijkheid van waterbuffering is een belangrijke factor geweest voor diverse grote gemeenten om tot een gericht subsidiebeleid te komen voor het inzetten van bestaande daken als drager van vegetatie. In bijlage D van deze richtlijn is een aantal webadressen van betreffende gemeentelijke diensten ter informatie opgenomen.
Figuur 1-1 geeft een vergelijking van het aantal m² groene daken per hectare stedelijk oppervlak. Voor Rotterdam is daarbij een correctie gemaakt voor de Rotterdamse haven, waarvan de wateroppervlakte bijna een derde deel uitmaakt van de hele gemeente.

Uit deze figuur blijken niet alleen de enorme verschillen, maar ook de geweldige potentie die de steden te bieden hebben. Dat is ook wel nodig, want het beleid van steden is vooral gericht op verdichting, die bijvoorbeeld in Amsterdam alleen al gepaard gaat met 50 % verlies aan groen in de woonomgeving. Tegelijk geven bewoners voortdurend aan dat zij groen in hun directe woonbuurt belangrijk vinden (Pittery & Vorstenbosch, 2004). Het Grote Groenonderzoek 2008 (Smeets & Gaddet, 2008) heeft in dit verband aangetoond dat het bij het investeren in stadsgroen niet zozeer gaat om uitbreiding van het arsenaal, als wel om de kwaliteit en diversiteit van het groen.

Figuur 1-1 Vergelijking van het aantal m² groene daken per hectare stedelijk oppervlak.

Inmiddels zijn de technieken om verschillende soorten vegetatiedaken te realiseren op bestaande daken het experimentele stadium al lang voorbij en komt er ook steeds meer kennis beschikbaar inzake de mogelijkheden en rekenmodellen voor waterbuffering. De grote gemeenten realiseren zich dat de grootste onbenutte dakruimte in de bestaande stad ligt. Juist hier is het groen op maaiveldhoogte in de verdrukking gekomen en is de behoefte aan groen in de directe woonomgeving het grootst.
Alles wijst erop dat gericht beleid op gemeentelijk niveau een belangrijke stimulans vormt voor de groei in het aantal m² vegetatiedaken in de bestaande bouw. Hierbij gaat het niet alleen om het verstrekken van een subsidiebedrag per m², maar juist ook om het geven van gerichte voorlichting en het wegnemen van ambtelijke barrières.
Toen we in Nederland in de jaren '90 een beetje actief begonnen te worden met groene daken, kende men dit verschijnsel in Noord-Amerika in het geheel niet. Inmiddels zijn daar echter internationaal gezien de grootste successen geboekt door zeer gericht gemeentelijk beleid. Prachtige voorbeelden zijn Chicago in de VS en Toronto in Canada. Het aantal m² groen dak ligt daar inmiddels al op zo'n 100 m² per hectare. Er is dus nog een wereld te winnen.

Deze SBR-uitgave ligt geheel in de lijn van de SBR-Dakbegroeiingsrichtlijn (SBR, 2006),
Daken in 't groen (Hendriks, 2007), Gevels in 't groen (Hendriks, 2008) en de recent uitgebrachte SBR-uitgave Dakbestratingsrichtlijn (Hendriks, 2009).
Er is ook duidelijk een verband en dat komt in deze nieuwe richtlijn goed tot uiting.
De opbouw van deze richtlijn is zodanig dat allereerst nog een overzicht wordt gegeven van de kwaliteiten van vegetatiedaken en de soorten, alvorens wordt overgegaan tot aanwijzingen voor het ontwerpen, uitvoeren en beheren van vegetatiedaken in de bestaande bouw, met bijzondere aandacht voor de duurzame waterdichtheid en de verschillende toetsingscriteria zoals constructieve sterkte en bouwfysische eigenschappen. Veel aandacht wordt gegeven aan het aspect waterbuffering en de berekening daarvan.
Maar deze richtlijn dient tevens als inspiratiebron voor bewoners en ontwerpers om tot fraaie oplossingen te komen.