0

publicatie: Schade aan gebouwen

1 Inleiding

1 Inleiding

Bouwwerken kunnen door verschillende omstandigheden in trilling raken, bijvoorbeeld door machines, passerend verkeer, explosies of bouwwerkzaamheden. Veel bouwwerken zijn niet ontworpen om trillingen op te nemen; er bestaat daardoor kans op schade, uiteraard afhankelijk van de aard en constructiewijze van het bouwwerk en de aard, sterkte en frequentie van de trillingen.
Een verificatie van de belasting op een bouwwerk door de trillingen in relatie tot het incasseringsvermogen van bouwwerken kan in bepaalde gevallen wenselijk zijn. Deze verificatie kan gebeuren door een trillingsmeting aan het bouwwerk, al dan niet in combinatie met een berekening.

Deze richtlijn behandelt de wijze waarop trillingsmetingen aan bouwwerken kunnen worden uitgevoerd en de wijze waarop de resultaten van trillingsmetingen aan bouwwerken of van berekeningen kunnen worden beoordeeld, ten einde een oordeel te geven over de toelaatbaarheid van de trillingen in verband met mogelijke schade aan een bouwwerk. Vanwege de complexiteit van deze materie zijn er grenswaarden gegeven waarvan in de praktijk is gebleken dat zij niet tot schade zullen leiden. Deze richtlijn is opgesteld door de studiecommissie Trillingshinder van SBR te Rotterdam.

De tekst in deze richtlijn is grotendeels gebaseerd op de oude SBR-richtlijn (uitgave 1993) en de DIN 4150 (uitgave 1999). Opmerkingen van gebruikers zijn door middel van een enquête geïnventariseerd.
Daarnaast is door middel van een literatuurstudie de state-of-the art van de trillingsbeoordeling onderzocht. Deze achtergronden zijn gerapporteerd in referenties [1] en [2].

Trillingen in gebouwen kunnen ook hinderlijk zijn voor mensen die zich in een gebouw bevinden en storingen in gevoelige apparatuur of processen veroorzaken. Op deze aspecten wordt in deze richtlijn niet ingegaan; hiervoor wordt verwezen naar de SBR richtlijnen B en C [3] en [4].