0

publicatie: Storing aan apparatuur

1 Inleiding

1 Inleiding

In gebouwen kunnen door verschillende oorzaken trillingen ontstaan. Voorbeelden van trillingsbronnen zijn in dit verband machines en installaties, passerend verkeer, explosies en bouwwerkzaamheden. Indien in een gebouw apparatuur staat opgesteld die gevoelig is voor trillingen, kunnen de gebouwtrillingen het goed functioneren van deze apparatuur nadelig beïnvloeden en leiden tot schade aan de apparatuur. De mate waarin trillingen acceptabel zijn hangt af van de apparatuur in kwestie.

In bepaalde gevallen zal behoefte bestaan te verifiëren of in gebouwen of ruimten daarvan de trillingen zodanig zijn, dat gevoelige apparatuur daar kan functioneren. Dit kan gebeuren door middel van een trillingsmeting. Echter, meestal ontbreekt een duidelijk omlijnd meetvoorschrift. Bovendien zijn de specificaties van de trillingsgevoeligheid, zoals die door de fabrikant van de apparatuur worden verstrekt, niet altijd eenduidig interpreteerbaar.

Het is alleen dan zinvol om trillingsmetingen te verrichten als de fabrikant van apparatuur duidelijke specificaties heeft gegeven waaraan de gebouwtrillingen dienen te worden getoetst. Indien geen duidelijke specificaties zijn gegeven kunnen de resultaten van een trillingsmeting slechts als indicatie dienen. Een relatie met betrekking tot de beïnvloeding van gevoelige apparatuur kan dan niet worden gelegd. Deze publicatie behandelt de wijze waarop trillingsmetingen in gebouwen kunnen worden uitgevoerd en de wijze waarop zij kunnen worden geïnterpreteerd in relatie tot door fabrikanten van de gevoelige apparatuur verstrekte specificaties. In deze publicatie worden echter geen grenswaarden of criteria gegeven. Het is de verantwoordelijkheid van de fabrikant om deze criteria op te stellen. Wel worden in bijlage 5 aanbevelingen gedaan voor het specificeren van deze criteria. In bijlage 1 zijn enkele voorbeelden gegeven.

Deze richtlijn is bedoeld voor diegenen die zijn betrokken bij het opstellen van specificaties met betrekking tot de trillingsgevoeligheid van apparatuur en zij die trillingsmetingen in gebouwen verrichten om te verifiëren of in een bepaalde gebruikssituatie aan de genoemde specificaties wordt voldaan.

De voorliggende richtlijn is opgesteld door de studiecommissie ‘Trillingshinder’ van SBR te Rotterdam. Zij heeft ook richtlijnen opgesteld voor de beoordeling van trillingen in verband met mogelijke schade aan gebouwen [11 en voor de beoordeling van trillingen in verband met hinder voor mensen in gebouwen [2].