0

publicatie: Stormen en daken - Commissierapport

Woord vooraf

Woord vooraf

In juni 1990 is de SBR-brochure "Lessen uit de storm" uitgebracht. Het betrof een snelle reactie op de stormen in januari en februari 1990. Het boekje omvatte een eerste inventarisatie van de schadesoorten en de lessen die al direct daaruit konden worden getrokken. Deze snelle publicatie was indertijd een groot succes en beleefde zelfs twee drukken. Op grond van praktijkervairngen in de jaren daarna is nieuwe kennis verkregen en heeft Stichting Bouwresearch besloten een nieuwe publicatie uit te brengen. Het bedrijfsleven toonde belangstelling om aan dit project mee te werken, en op grond hiervan heeft SBR opdracht gegeven aan BDA voor uitvoering zorg te dragen. De bedrijven die hieraan hebben meegewerkt zijn:

  • Bolle Technofast B.V.
  • Esha Nederland B.V.
  • Isover B.V.

De begeleidingscommissie bestond uit de volgende personen:

  • M.E. Bolle
    Bolle Technofast B.V.
  • Prof. ir N.A. Hendriks, rapporteur
    BDA Dakadvies B.V.
  • ing. A.R. Rutgers
    Isover B.V.
  • ing. A.J.M. Kranenburg
    Esha Nederland B.V.
  • ir J.J. Vingerling
    Stichting Bouwresearch

Tevens heeft SBR besloten de brochure uit te breiden met ervaringen inzake pannendaken. De heer Brueren van RBB Verkoopkantoor B.V. werd bereid gevonden op te treden als co-rapporteur. Aldus is "Stormen en daken" ontstaan, waarin de informatie over platte en hellende daken is geïntegreerd. De details sluiten in principe aan op SBR 200.
Hoofdstuk 2, inzake de invloed van drukvereffening, is voornamelijk gebaseerd op materiaal [lit. 8] van ir P. van Staalduinen van TNO-Bouw, die ook zo vriendelijk was originele grafieken ter beschikking te stellen. Hieruit blijkt dat de aangenomen drukvereffeningscoëfficiënten in NEN 6707 van dezelfde orde van grootte zijn als bij een meting in Hoorn gevonden.
Men kan zich afvragen of dit voldoende onderbouwing is, het betreft immers maar één gebouw (met één type dakpan) en één locatie.
Misschien kan de voorsprong die Nederland op dit gebied heeft, vastgehouden worden door meer onderzoek. Dit geldt ook voor verdere bestudering van windscenario's, zoals besproken in hoofdstuk 1.
Wellicht dat dit tot aanpassing van de windgebieden zal leiden. En als we dan toch bezig zijn, dan zouden ook de reductiecoëfficiënten voor ballastlagen (specifiek voor staaldaken) onder de loep genomen kunnen worden en de vraag of de verdeling in onbebouwd/bebouwd wel altijd zo zinvol is.

Tenslotte moet zeker vermeld worden dat ir Van Staalduinen waardevol commentaar heeft gegeven op de concept-tekst. Dit betreft niet alleen de drukvereffening, maar ook de discussie over het 10 minuten-gemiddelde en de indeling van windgebieden.