0

publicatie: Veilig vluchten uit gebouwen

Woord vooraf

Woord vooraf

Brandveiligheid van gebouwen

Elk gebouw wordt in meer of mindere mate gebruikt door mensen die er wonen, slapen, recreëren of werken. In elk gebouw bestaat ook kans op brand. Om te voorkomen dat er brand ontstaat, of dat een brand zich snel ontwikkelt van een beginnend brandje tot een brand binnen het gehele brandcompartiment, stelt het Bouwbesluit eisen aan gebouwen ten aanzien van het ontstaan van brand en het ontwikkelen van brand. Het hoogste veiligheidsniveau geldt voor nieuwbouw. Daar gelden de hoogste eisen. In bestaande bouw geldt een minimaal veiligheidsniveau dat het resultaat is van de verhouding tussen het ingeschatte bestaande algemene veiligheidsniveau binnen de bestaande gebouwvoorraad in Nederland en de benodigde investeringen om die veiligheid te verhogen. De brandveiligheidseisen voor bestaande bouw zijn dus gebaseerd op een maatschappelijk bepaald veiligheidsniveau. Een gebouw dat voldoet aan de brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit met betrekking tot het ontstaan van brand en de ontwikkeling van brand is dus zeker niet gevrijwaard van brand. Een gebouw dat aan de nieuwbouweisen voldoet heeft daarbij wel vele malen minder kans op brand dan een oud gebouw dat misschien net aan de minimale vangneteisen voor bestaande bouw voldoet.

Als er dan toch brand ontstaat in een gebouw levert dat direct gevaar op voor de personen die zich binnen het gebouw bevinden. Dat gevaar moet zo snel mogelijk afgewend worden. Dat kan door:

  • een beginnende brand snel te blussen;
  • te zorgen dat aanwezige personen gedurende een zekere tijd nog veilig zijn in gebieden binnen het gebouw die nog niet direct door de brand bedreigd worden;
  • de aanwezige personen de gelegenheid te bieden het gebouw zo snel mogelijk te verlaten en een veilige plaats te bereiken;
  • de brand te laten blussen door een automatische brandblusinstallatie of door de brandweer.

Het laten blussen van een brand door de brandweer is overigens vooral van belang om ervoor te zorgen dat een brand niet doorontwikkelt tot een brand die door de brandcompartimentsgrenzen heenbreekt en uiteindelijk ook naastliggende percelen aantast. De bouwregelgeving stelt daarom eisen aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen brandcompartimenten onderling en ter plaatse van de perceelgrens. Dat een gebouw in geval van brand volledig afbrandt terwijl de brand de belendende percelen niet aantast en alle aanwezige personen het gebouw veilig hebben kunnen verlaten, is volgens de bouwregelgeving (publiekrechtelijk) geen enkel probleem. Als een gebouweigenaar niet wil dat zijn gebouw afbrandt, moet hij zelf kiezen (privaatrechtelijk) voor extra brandveiligheidsmaatregelen om dat te voorkomen of hij zorgt voor een goede brandverzekering.

Veiligheid van personen

Elk slachtoffer is er één teveel. Het risico op slachtoffers moet dan ook zoveel als redelijkerwijs mogelijk, worden beperkt. Af en toe worden we nog al eens bruut met de neus op de feiten geduwd, zoals met de brand die rond de jaarwisseling 2000/2001 uitbrak in een Volendams café, waarbij veel slachtoffers te betreuren waren. Hier vielen meer dan 180 gewonden en 14 dodelijke slachtoffers. Paniek, gedrang bij de reguliere uitgang en onbekendheid met de nooduitgangen hebben hier in belangrijke mate aan bijgedragen. Het Bouwbesluit stelt daarom eisen aan de vluchtroutes en de capaciteit daarvan, afhankelijk van het te verwachten risico in een bepaalde situatie. Hierin spelen vele aspecten een rol, zoals het aantal personen dat te verwachten is in geval van brand, de te verwachten zelfredzaamheid van aanwezige personen, of het aannemelijk is dat ze wel of niet slapend aanwezig kunnen zijn in het gebouw, of ze bekend zijn met de situatie, etc. In de volgende hoofdstukken komen al deze aspecten uitgebreid aan de orde. Over sommige aspecten is het verstandig om al in een vroeg stadium na te denken, andere aspecten zijn pas in een uitwerkingsfase van belang.

Deze publicatie is bedoeld om de kennis over de verschillende aspecten van veilig vluchten te verhogen, maar ook om als praktisch hulpmiddel de juiste ontwerpvragen met betrekking tot veilig vluchten te kunnen stellen in de ontwerpfase waarin deze vragen het meest relevant zijn. Daarbij worden de voorschriften uit het Bouwbesluit als uitgangspunt gehanteerd, maar wordt van de lezer ook gevraagd om altijd na te blijven denken over het risico dat met de genomen veiligheidsmaatregelen wordt afgedekt en of dat voldoende aansluit bij het beoogde gebruik en de ambitie van de opdrachtgever op een veilig gebouw. Een gebouw dat voldoet aan de universele eisen uit het Bouwbesluit is nog niet per se een veilig gebouw met zijn specifieke gebouw- en gebruikerskenmerken. Ik hoop van harte dat deze publicatie uitnodigt om de achtergronden van de bouwregelgeving beter te begrijpen en daarmee het bewust ontwerpen van gebouwen te stimuleren.

Ir. Aldo de Jong

Projectmanager bouwtechniek, brandveiligheid en bouwregelgeving bij SBRCURnet.