0

publicatie: Veiligheid van hulpconstructies voor het realiseren van betonwerk

Voorwoord

Voorwoord

Na het uitkomen van de nieuwe normen in de TGB 1990-serie, waarbij de deterministische benadering is vervangen door een probabilistische benadering, is bij de partijen die bij de uitvoering van bouwwerken betrokken zijn, veel discussie ontstaan. De algemene opinie is dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met ontwerp, dimensionering en uitvoering van hulpconstructies.

De branche heeft weinig inzicht in de aantallen ongelukken in de bouw. Als nóg belangrijker gemis wordt een centrale analyse gevoeld, die als instrument kan worden ingezet om ongevallen te voorkomen. De arbeidsinspectie, die over veel informatie beschikt, is gebonden aan geheimhouding en heeft als primaire taak de handhaving van wet- en regelgeving, niet het voorkomen van ongevallen. Instanties als Aboma, Keboma en Arbouw hebben wel als doelstelling ongevallen te voorkómen, maar beschikken niet over inzicht in de oorzaken.
Dit gemis, én de ambitie om de veiligheid van hulpconstructies te verbeteren heeft geleid tot het opstellen van dit rapport. Hulpconstructies die bezwijken, hebben menselijk leed, economische schade en vertraging tot gevolg. De veiligheid van hulpconstructies is van invloed op de arbeidsomstandigheden. De verantwoordelijkheden van opdrachtnemer en opdrachtgever zijn op dit punt niet altijd duidelijk. Na een calamiteit ontstaat vaak een juridische touwtrekkerij, die afbreuk doet aan het imago van de (beton)bouw.

In dit rapport wordt de bestaande regelgeving onder de loep genomen. De opstellers van dit rapport hopen zo een bijdrage te leveren aan de vermindering van het aantal ongelukken in de betonbouw.

Ook andere onderzoeksinstellingen hebben de behoefte gevoeld te werken aan duidelijke regelgeving. Met name Stubeco heeft op het gebied van ontwerpen van hulpconstructies al baanbrekend werk verricht. Van deze kennis is in dit rapport dan ook dankbaar gebruik gemaakt. Ook bestaat er de NEN-commissie 351 231 "Tijdelijke hulpconstructies voor bouwplaatsen", die werkt aan betere regelgeving op dit gebied.

De indeling van dit rapport komt overeen met de fasering van een bouwproject. Dit is met name bedoeld om het rapport herkenbaar te houden in alle fasen van het bouwproces.

Dit rapport is opgesteld door subcommissie VC18-2 'Veiligheid van hulpconstructies voor de civiele betonbouw'. Het rapport is goedgekeurd door NEN/CUR-commissie 351 085 / VC18 'Uitvoering van betonconstructies'.

Bij het verschijnen van dit rapport was de commissie als volgt samengesteld:

ing. G.C. Oosterling, voorzitter Bouwdienst Rijkswaterstaat
ing. J.H. Blonk Wagemaker Adviesgroep B.V.
ir. W. Colenbrander -
ing. A.J. Jeurdink Heijmans Beton- en Waterbouw
H. Kleijer Matemco Hulpconstructies BV
ing. H. van den Noort TBI Bouwgroep BV
P.C.G. Rijnbeek Intervam Materieel
ing. G. Waayer HBG Civiel
ing. Th.D. Wildeboer Holland Railconsult
ir. P.E. de Winter TNO Bouw
ing. M.J. van der Vliet, coördinator CUR
ir. Th. Monnier, mentor CUR
januari 2006 Het bestuur van de CUR