0

publicatie: Voorbeeldprojecten hogere geluidsisolatie nr. 1

Woord vooraf

Woord vooraf

De overheid acht het haar taak om uit oogpunt van de volksgezondheid en ter beperking van geluidshinder eisen te stellen aan de verschillende geluidsaspecten van woningen. Zij doet dit door in het Bouwbesluit grenswaarden vast te leggen. Met de introductie van het Bouwbesluit zijn de in de praktijk te realiseren minimum prestatie-eisen inzake de luchtgeluidsisolatie tussen woningen gemiddeld met 3 dB verhoogd ten opzichte van die van de vorige regelgeving (zie lit. [1]). Maar ook al wordt er aan die eisen voldaan, aangenomen wordt dat deze 'stap voorwaarts' in de praktijk te klein is om als een duidelijk merkbare verbetering te worden ervaren. In het algemeen wordt aangenomen dat een verbetering van de luchtgeluidsisolatie met ten minste 5 dB noodzakelijk is om het aantal gehinderden te halveren. Voor contactgeluiden zou dan zelfs een stap van ten minste 10 dB moeten worden gemaakt (zie lit. [2a] en [2b]). Deze aanbevelingen voor een hogere geluidsisolatie maken inmiddels deel uit van het Nationaal pakket Woningbouw; Duurzaam bouwen - Nieuwbouw, maar behoren nog niet tot het 'standaardpakket'. De verwachting is dat binnen dit kader de komende tijd verschillende bouwinitiatieven zullen worden ontplooid, waarbij die aanbevelingen voor een hogere geluidsisolatie een integraal onderdeel zijn van het pakket DuBo-maatregelen. Bovendien worden deze waarden ook als eisen gesteld in de zogenaamde 'Regeling Groenprojecten' van het Ministerie van VROM.

Rekenmodellen en principes van constructies hoe men deze hogere prestaties in de praktijk kan realiseren zijn weliswaar voorhanden (zie lit. [3] en [4]), maar de verspreiding van deze kennis is in de bouw nog nauwelijks op gang gekomen. Dit geldt ook voor de ervaring die is opgedaan met verschillende woningbouwprojecten met een hogere geluidsisolatie. Een en ander wordt vaak bemoeilijkt doordat de voor de geluidsisolatie van belang zijnde gegevens niet in gestructureerde vorm beschikbaar zijn, dan wel niet volledig zijn. Het gaat dan om gegevens zoals de gerealiseerde prestaties, kritische aansluitdetails, materiaalgebruik of knelpunten die tijdens de bouwfase zijn opgetreden. Ook de realisatie van speciale 'voorbeeldprojecten' vindt in de praktijk nog maar weinig navolging (zie lit. [5]). Wellicht zijn de toegepaste bouwkundige details van dergelijke projecten 'te specifiek', of vindt men ze 'te duur' om een brede toepassing mogelijk te maken.

Een van de speerpunten uit het actieplan van het Overlegplatform Bestrijding Burenlawaai (OBB) is verhoging van de geluidsisolatiekwaliteit op vrijwillige basis. Een experiment van Woningbouwvereniging 'De Dageraad' (destijds 'Amsterdam-Zuid'), om in woongebouwen (gestapelde nieuwbouw) een deel van de woningen op een hoger geluidsisolatieniveau te brengen, paste in dit actieplan.
Het geluidsexperiment is mede mogelijk gemaakt met een financiële bijdrage van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam, afdeling CST. De 'akoestische engineering' van de woningen met extra voorzieningen is uitgevoerd door Bureau P/A van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam. De geluidsmetingen zijn eveneens door dit bureau verricht. Op de correcte uitvoering van die extra voorzieningen is tijdens de bouwfase dagelijks toegezien door de opzichter van de woningbouwvereniging.

Het Overlegplatform Bestrijding Burenlawaai (OBB) heeft in de fase waarin de akoestische (aansluit)details en constructies zijn ontworpen als 'klankbord' gefungeerd, onder meer door het leveren van commentaar op de plannen. Tijdens de bouwfase hebben enkele leden van het OBB de bouwplaats bezocht. Hierbij zijn onder meer de verschillende details van de zwevende dekvloer bekeken en waar mogelijk vergeleken met de ontworpen details. Tijdens dit bezoek zijn de foto's B.4 en B.5 (zie bijlage B) gemaakt.

De totstandkoming van het onderhavige studierapport is begeleid door het OBB, waarin op het moment van verschijnen zitting hebben:

mevr. ir. J.G.M. Bults, secretaris Nationale Woningraad (NWR Quintis b.v.)
dhr. drs. J.E.F. van Dongen TNO Preventie en Gezondheid (TNO-PG)
dhr. ir. R.C. Dorgelo, projectmanager Stichting Bouwresearch (SBR)
dhr. R.A.A. Hartman, rapporteur PRC Bouwcentrum, per februari 1998 gedetacheerd bij Lichtveld Buis & Partners b.v.
dhr. ir. L.J. Hoekstra Stichting Garantie Instituut Woningbouw (GIW)
dhr. ir. J. Kuiper, voorzitter Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG)
dhr. ir. P.J. van Luijk VROM-DGVH
dhr.ing. R.C. Muchall Omegam-Amsterdam
dhr. mr. R.C.B. Parqui VROM-DGM
mevr. ir. A.M.S. Weersink DGMR Raadgevend Ingenieursbureau b.v.

Bij de bouw en het experiment nauw betrokken personen:

dhr. ing. M.P. Knulst, hoofd projecten Woningbouwvereniging de Dageraad
dhr. C. Apetz Woningbouwvereniging de Dageraad, dagelijks toezicht op de bouw
dhr. D. Kuus Woningbouwvereniging de Dageraad, dagelijks toezicht op de bouw
dhr. F. de Ruigh Architectenburo L. Lafour & R. Wijk

Bij de 'akoestische engineering' nauw betrokken personen:

dhr. ing. P.L.C.M. Bakker Stedelijke woningdienst Amsterdam, bureau P/A
mevr. ing. E.J.M.A. Reintjens Stedelijke woningdienst Amsterdam, bureau P/A