0

publicatie: Voorbeeldprojecten hogere geluidsisolatie nr. 5

Voorwoord

Voorwoord

De overheid acht het haar taak om uit een oogpunt van de volksgezondheid en ter beperking van geluidshinder eisen te stellen aan de verschillende geluidsaspecten van woningen. Zij doet dit door in het Bouwbesluit grenswaarden vast te leggen. Met de introductie van het Bouwbesluit zijn de in de praktijk te realiseren minimum prestatie-eisen inzake de luchtgeluidsisolatie tussen woningen gemiddeld met 3 dB verhoogd ten opzichte van die van de vorige regelgeving het Besluit Geluidwering Gebouwen [lit. 1]. Maar ook al wordt er aan die eisen voldaan, aangenomen wordt dat deze 's tap voorwaarts' in de praktijk te klein is om als een duidelijk merkbare verbetering te worden ervaren. In het algemeen wordt aangenomen, dat een verbetering van de luchtgeluidsisolatie met ten minste 5 dB noodzakelijk is om het aantal gehinderden te halveren.(Ilu;k ≥ = 5 dB) Voor contactgeluid is in het Bouwbesluit 2e fase ( van kracht met ingang van 1 januari 2003) een verhoging van de Ico eis voorzien van 5 dB, om daarmee de lucht- en contactgeluidsisolatie-eis qua beleving op hetzelfde niveau te brengen (Ilu;k ≥ 0 dB en Ico ≥ + 5 dB). Om de contactgeluidsisolatie qua beleving op hetzelfde niveau als de verhoogde luchtgeluidsisolatie te brengen is een extra stap van 5 dB nodig [lit. 2]. Deze verhogingen(Ilu;k ≥ + 5 dB en Ico ≥ + 10 dB) zijn opgenomen als aanbevelingen voor een hogere geluidsisolatie binnen het pakket Duurzaam Bouwen (DuBo), maar behoren nog niet tot het 'standaardpakket'. De verwachting is dat binnen dit kader de komende tijd verschillende bouwinitiatieven zullen worden ontplooid, waarbij die aanbevelingen voor een hogere geluidsisolatie een integraal onderdeel zijn van het pakket DuBo-maatregelen.

Rekenmodellen en principes van constructies hoe men deze hogere prestaties in de praktijk kan realiseren, zijn weliswaar voorhanden [lit. 3 en lit. 4], de verspreiding van deze kennis is in de bouw echter nog maar nauwelijks op gang gekomen. Dit geldt ook voor de ervaring die is opgedaan met verschillende woningbouwprojecten met een hogere geluidsisolatie. Een en ander wordt vaak bemoeilijkt doordat de voor de geluidsisolatie van belang zijnde gegevens niet in gestructureerde vorm beschikbaar zijn, dan wel niet volledig zijn. Het gaat dan om gegevens zoals de gerealiseerde prestaties, kritische aansluitdetails, materiaalgebruik of knelpunten die tijdens de bouwfase zijn opgetreden. Ook de realisatie van speciale 'voorbeeldprojecten' vindt in de praktijk nog maar weinig navolging [lit. 5]. Wellicht zijn de toegepaste bouwkundige details van dergelijke projecten 'te specifiek', dan wel vindt men ze 'te duur' om een brede toepassing mogelijk te maken.

In de beleidsbrief “Geluid en Wonen” van het Directoraat Generaal Wonen van het Ministerie van ROM [lit. 12] worden nieuwe initiatieven in deze toegejuicht en gestimuleerd. Zo is ook de verhoging van de geluidsisolatiekwaliteit op vrijwillige basis een van de speerpunten geweest uit het actieplan van het voormalige Overlegplatform Bestrijding Burenlawaai (OBB) is. Een mogelijkheid om met houtskeletbouw (HSB) dergelijke waarden te realiseren, deed zich voor met het bestemmingsplan ’Het Nieuwe Glas’ in Hoorn waar 99 woningen in houtskeletbouw worden gerealiseerd.
Van het bouwsysteem van deze bouwer waren reeds gegevens bekend waarbij steeds hogere waarden gerealiseerd waren. Hierbij zijn in de loop van de tijd diverse constructieonderdelen aangepast voor deze hoge geluidsisolatie. In dit project zijn weer verdere verbeteringen toegepast met name aan het dak. Ook mogelijkheden om de geluidsisolatie binnen de woning te verbeteren, (houten vloeren scoren wat dit punt betreft lager dan bijv. betonnen vloeren) waren binnen dit project mogelijk. Tevens kunnen in dit project de effecten worden onderzocht van gesloten gevels en gebalanceerde ventilatie op de geluidsklasse conform NEN 1070:1999.

De totstandkoming van het onderhavige studierapport is begeleid door een studiecommissie waarin een aantal leden van het vroegere OBB en anderen zitting hebben. In de studiecommissie hebben op het moment van verschijnen zitting:

dhr. ir. R.C. Dorgelo projectmanager Stichting Bouwresearch (SBR)
dhr. ing. R. Muchal Stadswerk/Intergemeentelijke Werkgroep Bouwfysica
dhr. ir. W.G.M. Beentjes, rapporteur Lichtveld Buis & Partners B.V.
dhr. L. Bodegom Garantie Instituut Woningbouw (GIW)
dhr. ing J. Kramer Nederlandse Stichting Geluidshinder(NSG)
dhr. ir. P.J. van Luijk VROM-DGW
dhr. mr. R.C.B. Parqui VROM-DGM
dhr. ir. G. Meerdink DGMR Raadgevend Ingenieursbureau B.V.

Bij de bouw zijn de volgende personen betrokken:

dhr. ing. M. Rozendaal Technisch directeur Ooms Bouwmaatschappij bv te Scharwoude
dhr. P. Lont Projectleider Projektontwikkelingsmaatschappij de Peyler b.v. te Hoorn
dhr. L. van der Berg en M. Groot Uitvoerder, projectvoorbereider Ooms Bouwmaatschappij bv te Scharwoude
dhr. R. van Geluk Projectarchitect Zeeman Architekten te Hoorn

Voor de totstandkoming van het rapport is subsidie verkregen van het Ministerie van VROM-DGW.