0

publicatie: Voorzetwanden in woningen

Woord vooraf

Woord vooraf

Burenlawaai is een groot maatschappelijk probleem. Het bleek bij TNO-onderzoek in 1993 de op een na grootste bron van geluidhinder in de woonomgeving te zijn; 38% van de Nederlanders wordt door buurgeluiden gehinderd en 18% (bijna 3 miljoen Nederlanders) zelfs ernstig gehinderd. Burengeluiden zijn voor hen niet all‚‚n maar storend bij alledaagse zaken als lezen of studeren. Ze leiden bij circa 10% van alle Nederlanders met directe buren tot (ernstige) verstoring van de relatie met hun buren en daarmee tot vermindering van hun woongenot. Soms ook leidt burenlawaai tot agressie, die in extreme gevallen tot uiting komt in intimidatie of het toebrengen van ernstig psychisch en/of lichamelijk letsel.

Steeds meer onderzoeken leveren aanwijzingen op dat een causaal verband tussen lawaai en gezondheidsschade niet zondermeer is uit te sluiten en dat burenlawaai, met name bij de ernstig gehinderden, leidt tot slaapverstoringen, psychische en psychosomatische klachten.
Het is dan ook niet verbazend dat uit een in 1991 door de Nationale Woningraad uitgevoerd onderzoek bleek, dat 94% van de ondervraagde woningcorporaties regelmatig klachten van hun huurders ontvangen over burenlawaai. Daarbij bleken veruit de meeste klachten, die corporaties over burenoverlast ontvangen, over geluidoverlast te gaan. Hieraan besteedt gemiddeld per corporatie ‚‚n medewerker een halve dagtaak.

Uit bovengenoemd TNO-onderzoek bleek ook, dat 5% van de respondenten tijdelijk het huis ontvlucht vanwege geluidoverlast en 3% met oordopjes in slaapt. Tenslotte is uit andere onderzoeken gebleken:

  • dat van degenen die vaak last hebben van burenlawaai, driemaal zoveel mensen geneigd zijn te verhuizen dan mensen die zelden of nooit last hebben van burenlawaai;
  • dat in heel Nederland door de politie zo'n 70.000 maal per jaar assistentie wordt verleend vanwege burenlawaai, hetgeen naar schatting 950 … 1.200 politiemensen een volledige dagtaak bezorgt;
  • dat een woning zonder geluidoverlast van buren als een van de zeven basisvoorzieningen wordt beschouwd en dat burenlawaai even erg wordt gevonden als bijvoorbeeld criminaliteit in de woonomgeving.

Ook ten aanzien van burenlawaai geldt uiteraard dat voorkomen beter is dan genezen. Geluidoverlast van buren kan onder andere worden voorkomen door een goede geluidisolatie tussen woningen. Voor nieuwbouwwoningen zijn daartoe de technische mogelijkheden, voor geringe meerkosten, voorhanden. Dat kan - helaas - niet zondermeer gezegd worden voor bestaande woningen. In veel gevallen zijn dat woningen met een geluidisolatie die lager is dan de woonconsument blijkens onderzoek wenst of zelfs lager is dan wettelijk minimaal is vereist.

Om tegemoet te komen aan de hedendaagse woonwensen wordt steeds vaker bij renovaties en groot onderhoud aandacht besteed aan de geluidwering tussen woningen. In die gevallen, maar ook als er bij nieuwbouwwoningen sprake blijkt te zijn van bouwfouten, wordt voor de verbetering van de luchtgeluid-isolatie (voor spraak en muziek) veelal gebruik gemaakt van voorzetwanden. Begrijpelijk, omdat men daarvan op grond van laboratoriummetingen een forse verbetering zou mogen verwachten (zo'n 10 - 20 dB). Praktijkmetingen wijzen echter uit dat deze verwachting in de bouwpraktijk veelal op geen stukken na bewaarheid wordt. Voor Stichting Bouwresearch reden hiernaar een onderzoek in te stellen.

Op basis van bestaand onderzoek (Adviesbureau Peutz & Associes B.V.), aanvullend onderzoek (PRC Bouwcentrum) en de nodige metingen in de praktijk is door de Nederlandse Stichting Geluidhinder de voorliggende brochure opgesteld. Daaruit blijkt dat het alleen maar toepassen van een voorzetwand lang niet altijd afdoende is om het gewenste, i.c. op grond van laboratoriummetingen te verwachten, resultaat te bereiken. Daarvoor is m‚‚r nodig. Welke factoren daarbij een wezenlijke rol spelen en hoe dan in de praktijk een optimaal rendement met voorzetwanden is te bereiken, is in deze brochure aangegeven.

De samenstellers van deze brochure hopen daarmee een bijdrage te hebben geleverd om het maatschappelijk probleem burenlawaai beter te kunnen terugdringen.

ir. J. Kuiper,
directeur van het Bureau van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG).

Proeflezers

  • ir. W.G.M. Beentjes, Bouwcentrum Technologie, Maarssen
  • R.A.A. Hartman, PRC Bouwcentrum, Maarssen
  • A. Vreeswijk, Milieudienst Midden-Holland, Gouda
  • P. van Dessel, N.V. Gyproc Benelux S.A., Wijnegem
  • ir. P.J. van Luijk, Ministerie van VROM, Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting, Den Haag
  • ir. T.H. Reijenga, Bureau voor Ecologie Architectuur en Renovatie, Gouda
  • ir. M.L.S. Vercammen, Adviesbureau Peutz & Associes, B.V., Nijmegen
  • prof. ir. P.A. de Lange, Eindhoven
  • ing. A.J. Lucas, ERA Bouw B.V., Zoetermeer
  • J.J. van Voorthuysen, Knauf B.V., Utrecht
  • ir. A.J.M. Maas Eur. Ing., Rigips Benelux B.V., Vianen
  • ir. E. Gerretsen, TNO/TPD, Delft