0

publicatie: Werken met Fire Safety Engineering

1 Voorwoord

Voorwoord

In april 2009 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de eindrapportage van het Actieprogramma Brandveiligheid uitgebracht. Hierin is ook de visie op brandveiligheid beschreven. Een van de belangrijkste elementen uit die visie is een omslag van regelgericht denken en handelen naar risicogericht denken en handelen. Hiermee zijn meer mogelijkheden ontstaan om de brandveiligheid in de burger- en utiliteitsbouw als een ontwerpopgave te benaderen.

Om de brandveiligheid van gebouwen als ontwerpopgave te kunnen benaderen, volstaat het niet om op de hoogte te zijn van de regelgeving. Deze is bij brandveiligheid immers voornamelijk ontstaan naar aanleiding van incidenten en is dus geen garantie voor de brandveiligheid van nog te realiseren gebouwen en renovaties. De brandveiligheid van gebouwen is meer gediend met kennis over psychonomie, bouwtechniek en brandfysica. Fire Safety Engineering (FSE) beoogt deze kennis te ontwikkelen en in samenhang met de regelgeving betreffende onder andere de fysieke veiligheid, toe te passen. Deze publicatie biedt inzicht in de huidige toepassingsmogelijkheden van Fire Safety Engineering en maakt duidelijk dat veel kennis over het ontwerpen van brandveiligheid al beschikbaar is. Tegelijk blijkt ook dat er nog het nodige te ontwikkelen valt.

Zolang het kennisdomein Fire Safety Engineering nog in ontwikkeling is en er dus niet in alle gevallen betrouwbare uitspraken over het effect van maatregelen op brandveiligheid gedaan kunnen worden, zijn we helaas genoodzaakt om gebruik te maken van het principe van gelijkwaardigheid. Dit is lastig, omdat de huidige brandveiligheidsregelgeving niet is gebaseerd op veiligheidsbeschouwingen, zoals wel het geval is bij het beoordelen van de constructieve veiligheid van gebouwen. De verdere ontwikkeling van kennis over brandveiligheid zal op termijn leiden tot performance based fire codes. Bij deze overgangsfase zal het gebruik van niet op de risicobenadering gebaseerde prescriptieve regelgeving op de achtergrond raken.

Met de omschakeling van prescriptieve regelgeving naar performance based fire codes staan zowel de ontwerpende als de toetsende partijen voor de opgave zich de hiervoor benodigde kennis eigen te maken. Deze publicatie wil hierin voorzien. De inhoud hiervan geeft een brede introductie van het kennisdomein Fire Safety Engineering. Dit is gebaseerd op een aantal casestudies. De casestudies zijn bedoeld om de mogelijkheden van Fire Safety Engineering te demonstreren; ze zijn niet bedoeld als voorbeelden van gelijkwaardige oplossingen.

De ontwikkeling van Fire Safety Engineering is alleen mogelijk indien toepassing hiervan waarde creëert voor een bij een project betrokken actor. Deze waarde kan betrekking hebben op een kleiner risico op fysieke gevolgen of op minder materiële schade bij brand, of op een geringe investering zonder afbreuk te doen aan het verwachte veiligheidsniveau. Gelukkig blijken een aantal actoren ook bereid om hun kennis betreffende Fire Safety Engineering in samenwerking met SBR met anderen te delen. Hierbij konden ze kiezen voor een financiële bijdrage, al of niet in combinatie met één of meer casestudies. Bij de casestudies is aangegeven welke actor deze mogelijk gemaakt heeft. De casestudies zijn inhoudelijk beoordeeld door Efectis.

Gelukkig is het ook nog steeds mogelijk om bij projecten als deze het IFV (vanaf 1 januari 2013, voorheen NIFV) en Brandweer Nederland (vanaf 1 januari 2013, voorheen NVBR) te betrekken. Dit maakt het mogelijk om zonder de druk van een echt bouwproject met elkaar van gedachten te wisselen. Dit blijkt nog steeds heel waardevol en maakt het ook mogelijk de visie van de brandweer op hun optreden mee te nemen. Dit wil niet zeggen dat het IFV verantwoordelijk is voor de inhoud van de rapportage; op onderdelen is zij het hiermee zelfs oneens. Dit betreft onder meer de mate en verwachtingen van de repressieve inzet door de brandweer. Deze ondergaat, mede door de toekomstvisie van de brandweer (De Brandweer over Morgen) momenteel een stevige verandering. Als de repressieve inzetmogelijkheden beperkter zijn dan die waarmee onderhavig rapport rekening houdt, is er sprake van een onzekere veiligheid.

Zoals bij SBR gebruikelijk is, is dit project inhoudelijk begeleid door een begeleidingscommissie. Deze commissie heeft de werkzaamheden van de rapporteur, ir. Erik Janse, aangestuurd en van commentaar voorzien. Deze wijze van werken blijkt anno 2012 dankzij de inzet van de stakeholders nog steeds te werken.

  • Eric Bosscher, VEBON
  • Louis Cleef, Rockwool
  • Ralph Hamerlinck, Bouwen met Staal
  • Erik Janse, BrandVeiligheid Erik Janse – rapporteur
  • Gerard Kerkman, Hannover Risk Consultants B.V, Het Verbond van Verzekeraars
  • Bert Nieuwenhuizen, Promat
  • René Schage, Brandweer Nederland-cluster Bouw, Brandweer Hengelo
  • Radjen Thakoer, RGD
  • Wim Verburg, SBR – secretaris & voorzitter
  • Bart de Vries, Kingspan
  • Louis Witloks, Brandweeracademie

De begeleidingscommissie is zich ervan bewust dat de inhoud van deze publicatie de state of the art inzake Fire Safety Engineering anno 2012 weergeeft. Hiernaast beoogt de publicatie richting te geven aan de organisatie van een bouwproces waar Fire Safety Engineering toegepast wordt. Beide aspecten zijn winst voor eindgebruikers, opdrachtgevers, ontwerpers, toezichthoudende instanties en leveranciers van producten en diensten inzake brandveiligheid en leveren een bijdrage aan de omslag van regelgericht denken en handelen naar risicogericht denken en handelen.

Namens SBR bedank ik allen die een bijdrage hebben geleverd aan het tot stand komen van dit werk.

Wim Verburg
projectmanager SBR