0

publicatie: Zwevende dekvloeren

1 Toepassingsgebied, opbouw en werking

1 Toepassingsgebied, opbouw en werking

1.1 In welke gevallen is een zwevende dekvloer zinvol?

Een zwevende dekvloer kan worden toegepast met drie doeleinden:

  1. geluidisolatie;
  2. thermische isolatie;
  3. constructieve scheiding.

A. Geluidisolatie
In de woningbouw is ongeveer 90% van de zwevende dekvloeren bedoeld om de geluidisolatie te verbeteren. Zwevende dekvloeren verbeteren voornamelijk de contactgeluidisolatie (Ico) maar ook de luchtgeluidisolatie (Ilu).

Figuur 1
Wegen van geluidoverdracht bij boven elkaar gelegen woningen. Via directe transmissie wordt zowel lucht- als contactgeluid overgedragen.

Figuur 2
Wegen van geluidoverdracht bij eengezinswoningen. Via directe transmissie wordt alleen luchtgeluid overgedragen.

Het kan gaan om verschillende opgaven:

  • renovatie van appartementgebouwen. De contactgeluidisolatie Ico en de karakteristieke luchtgeluidisolatie Ilu;k moeten meestal worden verbeterd, zodat aan de minimumeisen van het Bouwbesluit wordt voldaan;
  • nieuwbouwwoningen (appartementen of eengezinswoningen). Voor appartementen wordt een zwevende dekvloer toegepast om te kunnen voldoen aan de minimumeisen die het Bouwbesluit stelt. Daarnaast kunnen in appartementen of eengezinswoningen 'comforteisen' worden gesteld. Daarbij ligt de contactgeluidisolatie meestal 5 tot 10 dB hoger dan het Bouwbesluit minimaal vereist, de luchtgeluidisolatie even hoog of 5 dB hoger;
  • projecten met gecombineerde functies zoals appartementen boven een winkel. Door een zwevende dekvloer in de winkel kunnen de appartementen voldoen aan hoge comforteisen. Op deze categorie wordt in deze publicatie niet nader ingegaan.

B. Thermische isolatie
Thermisch isolerende dekvloeren vinden toepassing in de volgende gevallen:

  • in combinatie met vloerverwarming en/of -koeling;
  • als na-isolatie van bestaande vloeren;
  • als isolatie van vloeren die aan de onderkant grenzen aan de buitenlucht, bij nieuwbouw.

C. Constructieve scheiding
Zwevende dekvloeren worden ook toegepast om scheurvorming in een steenachtige vloerafwerking zoals keramische tegels en natuursteen te voorkomen. Dat is het geval bij draagvloeren met een grote kans op scheurvorming, of draagvloeren van prefab elementen zoals kanaalplaatvloeren zonder gewapende druklaag. Het isolatiemateriaal zorgt dan voor een constructieve scheiding van draag- en dekvloer, zodat die onafhankelijk van elkaar kunnen werken (bewegen).

1.2 Principeopbouw en werking

Een zwevende dekvloer bestaat uit een dekvloer die rust op (thermisch en/of akoestisch) isolatiemateriaal en die rondom los is gehouden van alle opgaande constructies en leidingen die direct contact maken met de draagconstructie, zoals (dragende) wanden en kolommen.

Contact- en luchtgeluid

  • Bij contactgeluid wordt de vloer direct in trilling gebracht door bijvoorbeeld lopen of schuiven met stoelen. De vloerconstructie geeft deze trillingen door aan aangrenzende ruimten. Harde vloerafwerkingen zoals natuursteen, parket en keramische tegels geven het meeste contactgeluid door.
  • Bij luchtgeluid brengt een geluidbron zoals een stem of geblaf eerst de lucht in trilling. De lucht brengt vervolgens de constructie in trilling, die op zijn beurt de lucht in aangrenzende ruimten in trilling brengt.

De geluidoverdracht hangt af van de onderlinge situering van de verschillende ruimten. De geluidoverdracht tussen boven elkaar en naast elkaar gelegen ruimten is complex. Behalve direct via de scheidingsconstructie (vloer of wand) kan geluid ook langs andere wegen naar een andere ruimte gaan; er is dan sprake van zogenaamde flankerende geluidoverdracht.

Door deze opbouw vormt een zwevende dekvloer akoestisch gezien een massa-veersysteem, bestaande uit de draagvloer, de dekvloer en daartussen verend isolatiemateriaal. Zodoende is de dekvloer in hoge mate akoestisch ontkoppeld ten opzichte van de draagvloer en omliggende constructies. Dit zorgt voor een verhoogde contactgeluidisolatie van de draagvloer. De contactgeluidisolatie van een vloer wordt dus enerzijds bepaald door de contactgeluidisolatie van de draagvloer zelf en anderzijds door de verbetering hiervan door de zwevende dekvloer.

Figuur 3
Principeopbouw van een zwevende dekvloer op een betonnen draagvloer.

  1. 'natte' dekvloer
  2. 'droge' dekvloer
  3. 'verbeterde droge' dekvloer

Figuur 4
Principeopbouw van een 'constructieve' dekvloer met zwaluwstaartplaten op een houten draagvloer.

De akoestisch deskundige berekent de akoestische isolatie van een specifieke zwevende dekvloer.

Figuur 5
Een zwevende dekvloer werkt als een massa-veersysteem.

Principe massa-veersysteem
De dekvloer, verend isolatiemateriaal en draagvloer vormen samen een massa-veersysteem. Elk massa-veersysteem heeft een eigen resonantiefrequentie die afhankelijk is van de massa's van de onderdelen. Voor frequenties onder de resonantiefrequentie levert een massa-veersysteem geen demping of mogelijk zelfs een verslechtering. Boven de resonantiefrequentie neemt de demping sterk toe. Daarom moet voor een effectieve geluidisolatie bij een zwevende dekvloer de resonantiefrequentie liefst beneden de 80 Hz liggen. De resonantiefrequentie is omlaag te brengen door isolatiemateriaal met een lagere dynamische stijfheid en/of een grotere massa per oppervlakte van de dekvloer.

De dynamische stijfheid hangt af van de materiaaleigenschappen en de dikte. In het algemeen geldt: hoe dikker het isolatiemateriaal, hoe lager de dynamische stijfheid en hoe lager de resonantiefrequentie. Boven een bepaalde dikte heeft extra dikte weinig effect op de contactgeluidisolatie. Dit komt doordat onvermijdbare koppelingen een grens stellen aan de te bereiken maximale verbetering.

1.3 De onderdelen nader bekeken

Figuur 6
Onderdelen van een zwevende dekvloer.

Dekvloer
Voor de dekvloer worden twee systemen onderscheiden: 'natte' dekvloeren en 'droge' dekvloeren.
'Natte' dekvloeren bestaan over het algemeen uit cementgebonden of calciumsulfaatgebonden materiaal. Dat wordt aangebracht door te gieten of te smeren, aangeduid met de termen 'gietdekvloer' respectievelijk 'smeerdekvloer'. Voor gietdekvloeren wordt over het algemeen calciumsulfaatgebonden materiaal toegepast; cementgebonden gietdekvloeren zijn in opkomst. Een smeerdekvloer is altijd cementgebonden.
Doordat cementgebonden smeerdekvloeren niet kunnen worden verdicht, moeten ze dikker zijn dan gietdekvloeren om even grote krachten en buigende momenten te kunnen opnemen (zie 4.3).

Een variant is de dekvloer op zwaluwstaartplaten. Deze wordt ook wel 'constructieve' dekvloer genoemd, omdat hij bij houten of (lichte) steenachtige draagvloeren een deel van het draagvermogen levert. De dekvloer zelf is dan meestal van fijn grindbeton. Zwaluwstaartplaten kunnen tegelijk dienen als verloren bekisting, wapening, montageplaat voor vloerverwarmingsbuizen, drukverdelende laag bij de uitvoering en waterdichte laag om weglekken van specie in het isolatiemateriaal te voorkomen.

Bij 'droge' systemen bestaat de deklaag uit gipsvezel- of houtvezelplaten. De akoestische prestatie van deze relatief lichte 'droge' dekvloeren kan worden verbeterd door toevoeging van houtwolmagnesietplaten.

Isolerende laag
Akoestisch isolatiemateriaal zorgt voor een akoestische scheiding van de draagvloer en de dekvloer. Thermisch isolatiemateriaal zorgt voor warmte-isolatie. Beide soorten isolatiematerialen vormen altijd een constructieve ontkoppeling van draagvloer en dekvloer.

Kantstroken
Kantstroken houden de dekvloer rondom vrij van alle opgaande constructies en leidingen die direct contact maken met de draagvloer. Dit voorkomt dat de dekvloer daaraan trillingen kan doorgeven en zorgt ervoor dat de dekvloer vrij kan uitzetten en krimpen.

Uitvlaklaag
Een uitvlaklaag dient om onvlakheden en onvoldoende horizontaliteit van de draagvloer op te vangen. Eventueel kunnen er leidingen in worden opgenomen.

Waterkerende laag
Een waterkerende laag tussen de draagvloer en de isolatielaag erboven voorkomt dat de isolatielaag vochtig wordt. Zo'n laag is nodig indien blijvende en langdurige vochtaanvoer vanuit de draagconstructie is te verwachten.

Draagvloer
De draagvloer zorgt constructief voor de sterkte en stijfheid. De draagvloer draagt belangrijk bij aan de akoestische isolatie, afhankelijk van de constructieve opbouw en de massa. Onder een draagvloer wordt in deze publicatie verstaan: de draagvloer zelf inclusief de lagen die eventueel daarop hechtend zijn aangebracht om de vloer uit te vlakken, leidingen in op te nemen, een druklaag, enz.

Vloerverwarming
Vloerverwarming biedt goede mogelijkheden voor toepassing van duurzame energie, zoals lagetemperatuurverwarming met bijvoorbeeld warmtepompen. De buizen voor vloerverwarming kunnen ook worden gebruikt voor koeling. Afhankelijk van het type dekvloer kunnen buizen voor vloerverwarming in verschillende posities liggen:

  • in de dekvloer;
  • in de onderzijde van de dekvloer op het isolatiemateriaal;
  • boven in het isolatiemateriaal.

Montagenet Een montagenet dient voor bevestiging van de vloerverwarmingsbuizen.

LET OP

Bij deze toepassing is de benaming 'wapeningsnet' onjuist, omdat het niet als wapening dient en niet daarop is gedimensioneerd!

Wapeningsnet
Een wapeningsnet dient als constructieve wapening in cementgebonden dekvloeren. De hoeveelheid wapening is flink groter dan bij een montagenet.